Malcolm analyseert: de parlementaire stommiteit van de week

Maandag 15 juni 2015

Het is weer even geleden dat ik hier nog een parlementaire vergadering onder de aandacht heb gebracht, maar dit betekent natuurlijk niet dat het algemene niveau van onze volksvertegenwoordiging plots sterk is gestegen. Het onderstaande bewijst zonder meer het tegendeel.

Op woensdag 10 juni 2015 heeft de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement vergaderd en in de loop van die namiddag is het nieuwe Mestactieplan, onder connaisseurs gekend als MAP-5, besproken. Dergelijke thema's gaan natuurlijk met hevige discussies gepaard, meestal tussen de verdedigers van het leefmilieu, aangevoerd door Groen en bij momenten sp.a, en de verdedigers van de traditionele landbouw, aangevoerd door CD&V omwille van hun onderdanigheid aan de Boerenbond en door Open Vld omwille van het ideologisch dogma dat niets het vrije ondernemerschap in de weg mag staan [1].

Tijdens deze specifieke vergadering heeft de heer Bart Caron, gewezen kabinetschef van Bert Anciaux tijdens zijn ministerschap maar nu volksvertegenwoordiger namens Groen, wat uitleg gegeven over de rol van dierlijke mest in de biologische landbouw en van fosfaten in gezonde, vruchtbare landbouwgrond. Zijn mening werd echter tegengesproken door zijn provincie- en voornaamgenoot Bart Dochy, backbencher bij CD&V [2], burgemeester van Ledegem en, jawel, sinds 1995 werkzaam bij de Boerenbond [3].

Ik citeer even zijn weerlegging van de stelling van de heer Caron: “Mijnheer Caron, uw theorie betreffende de vezels in de bodem, de humus en dergelijke klopt in zekere zin. Die bodem is misschien in staat om meer fosfaat vast te houden. Indien u echter een redenering met betrekking tot de ontmijning wilt opbouwen, klopt de theorie echter niet. Het is natuurlijk mogelijk dat dit wetenschappelijk kan worden onderbouwd. Ik heb er geen probleem mee hierover een wetenschappelijk rapport te lezen en dit samen met u te bespreken. Ik vrees echter dat dit vandaag niet aan de orde is. Dit is geen discussie voor het Vlaams Parlement, maar veeleer een discussie voor wetenschappers.”

Dit is dus de manier waarop verkozen vertegenwoordigers van het volk worden afgeblokt als ze inhoudelijk op een discussiepunt willen ingaan. Voor de zeer oppervlakkige lezer is er misschien niets aan de hand, maar deze paar zinnen ondermijnen fundamenteel het nut en de bestaansreden van het parlement als instelling [4]. Een selectie van de juiste zinnen en zinsdelen zal dit al snel duidelijk maken.

1.“Ik vrees echter dat dit vandaag niet aan de orde is.” Dat krijgt men dus te horen als men tijdens het laatste debat over een dossier, vlak voor de stemming, inhoudelijke punten naar voren wil brengen. Wanneer is dat dan wel aan de orde? Blijkbaar moeten kritische opmerkingen vooral na de goedkeuring van het decreet worden gemaakt, als de meerderheid haar slag toch al heeft binnengehaald. Als volksvertegenwoordigers zich toch niet over de inhoud van dossiers mogen buigen, vraag ik me af waarom de heer Dochy eigenlijk in een parlement wil zetelen. Zijn eigen woorden zorgen er eigenlijk voor dat hij niet trots op zijn eigen mandaat kan zijn.

2. “... uw theorie betreffende (…) klopt in zekere zin.” en “Indien u echter een redenering met betrekking tot de ontmijning wilt opbouwen, klopt de theorie echter niet.” Wacht, nu maakt hij opeens zelf inhoudelijke opmerkingen. Wat is het nu? Is hij dan niet van mening dat dit “vandaag niet aan de orde is”?

3. “Indien u echter een redenering (…) wilt opbouwen, klopt de theorie echter niet. Het is natuurlijk mogelijk dat dit wetenschappelijk kan worden onderbouwd.” We kunnen dit ook anders formuleren: “Het is mogelijk dat dit wetenschappelijk kan worden onderbouwd, maar toch klopt uw theorie niet.” Dat is eigenlijk wat hij heeft gezegd. Kent de heer Dochy dan theorieën die wel kloppen, maar niet wetenschappelijk kunnen worden onderbouwd? Of staan wetenschappelijke argumenten en conclusies volgens hem compleet los van elkaar? De man is dan ook nog eens landbouwingenieur.  Misschien kunnen gekookte groenten volgens hem nog groeien, zelfs al kan het tegendeel wetenschappelijk worden onderbouwd.

4. “Ik heb er geen probleem mee hierover een wetenschappelijk rapport te lezen en dit samen met u te bespreken.” Hmm, ergens betwijfel ik dit toch. Ten eerste heeft hij net, zonder zich om de wetenschappelijke onderbouwing te bekommeren, geconcludeerd dat de theorie sowieso niet klopt. Ten tweede vraag ik me af waarom hij nog niet alle wetenschappelijke rapporten [5] over het onderwerp heeft gelezen. Hoort dat dan niet bij het voorbereidend werk dat bij de behandeling van een voorstel of ontwerp van decreet hoort? Ook dit kunnen we anders formuleren: “Het is mogelijk dat in wetenschappelijke rapporten staat dat ik ongelijk heb, maar ik neem tijdens parlementaire vergaderingen een standpunt in zonder me voor te bereiden.”

5. “Dit is geen discussie voor het Vlaams Parlement, maar veeleer een discussie voor wetenschappers.” De laatste zin is meteen ook de ergste en verdient dan ook nog meer aandacht dan de vorige citaten.
Ten eerste bevestigt de heer Dochy hier vlotjes nog even dat hij, ondanks zijn diploma in een voor deze discussie relevante discipline, zelf geen wetenschapper is. Mogen we hieruit afleiden dat hij niet voldoende kennis van zaken heeft? Als dat het geval is, vraag ik me af waarom hij zich net voordien bereid heeft verklaard een wetenschappelijk rapport te bespreken. Als hij dan toch geen wetenschappelijk onderbouwde input kan leveren, vraag ik me overigens ook af wat hij precies voor de Boerenbond doet om zijn loon als 'consulent' te verdienen. Heeft 'lobbyist' misschien een wat te negatieve bijklank of is hij misschien ingehuurd als stijladviseur om hun kantoren van trendier meubilair te voorzien?
Ten tweede poneert hij impliciet ook dat de overige leden van het Vlaams Parlement geen wetenschappers zijn. Dat klopt natuurlijk in grote mate [6], maar blijkbaar vindt hij dat niet eens erg. De vraag is echter niet waarom er niet meer wetenschappelijke experts in onze parlementen zetelen. De vraag is waarom zo veel mensen zonder wetenschappelijke expertise vinden dat ze in een parlement moeten zetelen. Ik kan het zelfs nog directer formuleren. Welke meerwaarde biedt de heer Dochy onze parlementaire gemeenschap die een wetenschappelijk expert niet zou kunnen bieden?
Ten derde plaatst de heer Dochy wetenschappelijke discussies buiten de werkzaamheden van een parlement. Alleen kunnen onze wetenschappers, zowel de echt gepassioneerde zoekers van kennis en de duurbetaalde overlopers die hun reputatie en diploma's misbruiken om de belangen van hun opdrachtgevers van een wetenschappelijk ruikend parfum te voorzien, enkel adviezen formuleren. Uiteindelijk worden de echte beslissingen door politici genomen. Zelfs dit is op zich nog niet zo erg, maar blijkbaar vindt de heer Dochy dat die beslissingen ook kunnen worden genomen zonder op wetenschappelijke conclusies te wachten. We mogen nog blij zijn dat de gemiddelde burger hier niet bij stilstaat, want anders zou de verkoop van antidepressiva in dit land nog heel wat hoger liggen.

Heel de repliek van de ene Bart op het standpunt van de andere Bart [7[ is een uiting van plat populisme vol demagogische sofismen. Op zich zijn het echter geen stommiteiten. Het is gewoon de manier waarop de pionnen van de Boerenbond politiek bedrijven. De echte stommiteit van de week is het totaal uitblijven van ook maar de minste reactie vanuit de oppositie. Blijkbaar vinden ze het daar ondertussen allemaal normaal dat dergelijke redeneringen over de werking van het parlement waar ze zelf deel van uitmaken worden verkondigd. Onze linksgetinte volksvertegenwoordigers hebben nog veel te leren en als ze denken dat dit niet nodig is, moeten ze maar eens naar de recente verkiezingsresultaten in zowel Spanje als Schotland kijken.

----------------
[1] Ik moet natuurlijk opletten dat ik de zaken niet te karikaturaal voorstel. Natuurlijk verdedigt ook  een partij als Open Vld bepaalde regels waaraan iedereen, ondernemers inbegrepen, zich moet houden. Zo vindt de partij dat kinderarbeid enkel in derdewereldlanden mag en dat het vrij verkeer van goederen en personen niet geldt voor werklozen van een andere nationaliteit die hier willen komen wonen.
[2] U mag dit zeer letterlijk nemen. Hij zit in het halfrond effectief op de laatste rij.
[3] Belangenvermenging is de man duidelijk niet vreemd. Als lid van de commissie Landbouw moet hij met een neutrale blik dossiers over allerlei problemen in de landbouwsector behandelen, maar hij laat zich, zelfs al is hij ondertussen tegelijkertijd burgemeester en Vlaams volksvertegenwoordiger, ook nu nog deeltijds door de Boerenbond als 'consulent' betalen.
[4] Ik weet dat een aantal mensen in mijn vrienden- en kennissenkring sowieso vinden dat de getrapte, parlementaire democratie niet voldoende rekening houdt met wat aan de basis leeft en beter door een ander systeem zou worden vervangen, maar daar ga ik nu even niet op in. Als we dan toch een parlement hebben, moeten de leden van dat parlement ook de kans krijgen hun werk op een ernstige manier uit te voeren.
[5] Of toch bijna alle rapporten. Dat kunnen er natuurlijk zeer veel zijn, maar daarvoor beschikken politieke partijen nu eenmaal over een studiedienst, allerlei medewerkers en contacten in de academische wereld en het middenveld.
[6] Tenzij er nog mensen overblijven die economie een wetenschap vinden. Een kleine tip: een van de fundamentele criteria om tot de wetenschap te worden gerekend, is het vermogen theorieën met een voorspellende kracht te formuleren. In de fysica lukt dat. De wetten van Newton gelden nog steeds, welke appel we ook van welke boom zien vallen. Economie bestaat daarentegen vooral uit psychologische spelletjes met het geld van anderen.
[7] Burgemeester De Wever moet niet denken dat hij het monopolie op die naam ondertussen heeft verworven. Er zijn er nog!