Malcolm analyseert: de parlementaire stommiteit van de week

Vrijdag 10 november 2017

Na de runderen in Tielt gaat de aandacht van de verontwaardigde dierenliefhebbers en gedegouteerde consumenten nu vooral naar het kippenbedrijf Pyfferoen in Wingene, alwaar de evolutionaire opvolgers van de dinosauriërs volgens allerlei camerabeelden en inspectieverslagen blijkbaar zeer slecht worden behandeld.

Natuurlijk kon een parlementaire discussie over dit onderwerp niet uitblijven. Ik wil hier niet ingaan op de details van dit specifiek dossier. Daar kunnen anderen met meer vakkennis en empathie op ingaan. Ik wil me hier focussen op een bepaalde uitspraak die me eens te meer de wenkbrauwen doet fronsen.

Aan het woord is Els Robeyns, het zoveelste lichtgewicht dat bij gebrek aan betere kandidaten een zetel in het Vlaams Parlement heeft weten te veroveren, tijdens het actualiteitsdebat in het Vlaams Parlement op 8 november 2017.

“Minister, ik ben een beetje verwonderd dat u de verantwoordelijkheid zelfs gedeeltelijk bij de consument legt. Het is uiteraard positief dat de consument bewust wordt van de wijze waarop het er in onze Vlaamse vleeshouderij jammer genoeg aan toegaat, maar ik ga ervan uit dat de consument erop mag rekenen dat de overheid op de naleving van de dierenwelzijnsnormen toeziet. Die normen moeten, net als de voedselveiligheidsnormen, worden nageleefd. Dat is niet de verantwoordelijkheid van de consument. We beweren niet dat alle consumenten veganisten moeten worden. Dat kan het uitgangspunt van een dierenwelzijnsbeleid niet zijn.”

Vooral de laatste twee zinnen vind ik nogal eigenaardig. Wie zich over de kwekerij van consumptiedieren wil uitspreken, moet rekening houden met allerlei elementen. Daar komt meer bij kijken dan men op het eerste gezicht zou denken. Het gaat om uitstootgassen, transport, geurhinder, ruimtelijke ordening, tewerkstelling, fiscaliteit, export, landbouwsubsidies, gastronomie en natuurlijk het eeuwig weerkerende bruto binnenlands product, maar daarnaast is er ook nog het dierenwelzijn, een bevoegdheid die de huidige Vlaamse Regering zich heeft voorgenomen ernstig te nemen. Ik ben het ermee eens dat tijdens een discussie over dit onderwerp met alle elementen rekening moet worden gehouden, maar dat is niet wat mevrouw Robeyns doet. Zij vermeldt enkel het dierenwelzijn. Wel, als we enkel en alleen naar het dierenwelzijn kijken en de andere elementen even negeren, klopt haar uitspraak niet. Als het beleid uitsluitend het dierenwelzijn voor ogen heeft, moet het net wel de bedoeling zijn van iedereen veganist te maken. Vanuit het oogpunt van het dierenwelzijn is dat nu net de enige morele optie. De enige reden waarom zij niet vindt dat het dierenwelzijn tot veganisme moet of mag leiden, is net dat ze de andere elementen in overweging neemt, maar dat vindt ze dan wel niet de moeite om te vermelden.

Op zich is dit geen wereldschokkende discussie en de opmerking van mevrouw Robeyns zal, net als haar andere bijdragen van de voorbije jaren, snel weer worden vergeten. Het is echter wel een mooie gelegenheid om zelf een voorstel te lanceren, maar eerst wil ik, bij wijze van analogie, nog even terugkomen op de discussie over roken.

Er is de voorbije jaren veel gedaan om rokers het leven zuur te maken en uit allerlei plaatsen te verbannen. De redenering is blijkbaar dat rokers wel mogen blijven roken, maar gewoon niet op de plaatsen waar zij dat zelf willen. Geen enkele overheid waagt zich voorlopig aan een totaalverbod op nicotine, want dat zou natuurlijk een serieus gat in de begroting slaan. Rokers worden immers zeer zwaar belast en telkens een overheid geld nodig heeft, zijn het weer de taksen op sigaretten die de hoogte ingaan.

De redenering is dat de mensen met de ongezondste en ongewenste levensstijl meer moeten betalen voor de maatschappelijke voorzieningen. Die zware taxatie zou nochtans overbodig zijn indien de bestaande belastingwetten effectief zouden worden nageleefd. In 2016 heeft de bekende econoom Jeffrey Sachs [1] berekend dat 174 miljard US dollar zou volstaan om extreme armoede in heel de wereld definitief uit te roeien. Datzelfde jaar heeft de Internal Revenue Service, de Amerikaanse versie van de Bijzondere Belastinginspectie, berekend dat belastingontduiking de Amerikaanse economie in 2015 458 miljard US dollar heeft gekost. Er is, met andere woorden, geen enkele goede reden om rokers, drinkers of eender wie zwaarder te belasten. Het volstaat de huidige wetgeving terdege uit te voeren om alle budgettaire problemen op te lossen.

Wat heeft dit nu allemaal met dierenwelzijn of kippenhouders te maken? Belastingen zijn niet enkel bedoeld om inkomsten binnen te halen. Ze zijn ook bedoeld om het gedrag van de mensen te sturen. De taksen op nicotine zijn zeer welkom om de begroting in evenwicht te houden, maar eigenlijk stuurt de overheid ook de boodschap dat mensen beter zouden stoppen met roken. In de praktijk blijkt dit echter niet goed te lukken. Het aantal rokers daalt misschien wel, maar niet zo spectaculair als de prijzen van de sigaretten stijgen. Het beleid zorgt niet zozeer voor ontmoediging, maar voor geklaag van rokers die steeds meer moeten betalen.

Ik heb altijd een andere oplossing voor ogen gehad. In plaats van het roken langzaam maar zeker overal te verbieden, kan voor een lineair uitdovingsbeleid worden gekozen. In de praktijk zou dit inhouden dat een tijdstip en een minimumleeftijd waarop men mag roken worden gekozen, bijvoorbeeld 1 januari 2020 en 18 jaar. Op 1 januari 2021 wordt dan 19 jaar en op 1 januari 2022 wordt het 20 jaar. Et cetera. Dit betekent, bijvoorbeeld, dat het vanaf 1 januari 2050 verboden is te roken voor mensen jonger dan 48 jaar en vanaf 1 januari 2070 verboden is te roken voor mensen jonger dan 68 jaar. Op die manier sterft het probleem vanzelf uit zonder dat het nodig is ondertussen de rokers met allerlei pestmaatregelen lastig te vallen.

Men zou natuurlijk kunnen opwerpen dat er altijd overtreders zullen zijn en dat bepaalde mensen zich niet aan de wet zullen houden. Dat is best mogelijk, maar het maakt op zich niets uit. We schaffen de verkeerscode ook niet af omdat er verkeersovertredingen worden begaan.

Hetzelfde principe kunnen we, in aangepaste vorm, ook voor de kweek van en handel in dierlijke proteïnes gebruiken. We kunnen hier om praktische redenen natuurlijk niet met een minimale leeftijd werken, maar er is een andere mogelijkheid die eveneens op specifieke tijdstippen is gebaseerd.

Zo zouden we kunnen stellen dat bepaalde dieren vanaf een bepaalde datum niet meer voor menselijke consumptie mogen worden gekweekt en die lijst op latere tijdstippen uitbreiden. Natuurlijk moeten dergelijke bepalingen zeer lang op voorhand worden aangekondigd, zodat de betrokken landbouwers, verwerkingsbedrijven en dergelijke zich aan de nieuwe regels kunnen aanpassen.

Dergelijke voorstellen hebben enkel zin als er voldoende maatschappelijk draagvlak is. Zonder dat draagvlak wordt de indiener van het voorstel eenvoudigweg niet verkozen of herkozen en blijft het allemaal een doodgeboren puntje in een partijprogramma. De meeste mensen die tegenwoordig in ons land of zelfs in heel Europa rondlopen, zijn opgegroeid met vlees en zijn, bij wijze van spreken, verslaafd aan de lekkere smaak en talrijke bereidingsmogelijkheden. Voor een goed voorbeeld hoef ik enkel in de spiegel te kijken. Om dat draagvlak te creëren, is het dan ook noodzakelijk geleidelijk nieuwe generaties te laten opgroeien die al van jonge leeftijd zonder bepaalde producten moeten stellen die voor mijn leeftijdsgenoten nog evident zijn. Dit betekent dat ze nog gedurende jaren van vlees kunnen genieten, met dien verstande dat ze wel steeds minder soorten tot hun beschikking zullen hebben.

Zo zou men kunnen beslissen dat rundsvlees vanaf 2035 niet meer mag worden verkocht. De mensen die nog vlees willen eten, kunnen dan overschakelen op andere, minder milieubelastende dieren als schapen of varkens. Vanaf 2040 zouden de varkens dan ook verdwijnen, wat goed nieuws is voor de kwekers van kippen, kalkoenen en dergelijke. Vanaf 2045 zouden de kalkoenen dan zelf wettelijk van het menu kunnen verdwijnen. Et cetera. Beetje bij beetje wordt het voedingspatroon aangepast zonder iemand te dwingen van de ene op de andere dag al zijn jarenoude voedingsgewoonten overboord te gooien.

Er is zelfs ruimte voor uitzonderingen, zoals het wildseizoen. Indien er niet voldoende roofdieren en natuurlijke vijanden rondlopen, zou de populatie van bepaalde in het wild levende dieren immers uit de hand kunnen lopen. Dergelijke verstoringen van het ecologisch evenwicht zijn niet denkbeeldig, want tenslotte hebben we met zijn allen heel wat habitats vernietigd. De Limburgers klagen nu al steen en been over de everzwijnen die hun tuinen en sportvelden overhoop halen. Normaal gezien, worden jaarlijks heel wat everzwijnen door beren, wolven of lynxen opgegeten, maar de kans dat in ons volgebouwd landje snel weer wolvenroedels rondtrekken, is vrij klein. In dat geval zouden er overigens stemmen opgaan om in de eerste plaats al die wolven op te jagen. Het zou dan ook mogelijk blijven nu en dan wat dieren neer te schieten om de populatie in evenwicht te houden. Niets houdt ons tegen de slachtoffers van deze zuiveringsacties vervolgens met wat zorgvuldig geselecteerde groenten en kruiden in de stoofpot te keilen.

Mevrouw Robeyns heeft ongelijk. Indien enkel en alleen naar het dierenwelzijn wordt gekeken, is veganisme eigenlijk de enige logische consequentie. We moeten echter met alle factoren rekening houden. Volgens mij betekent dit dat de consumptie van vlees ooit tot nul of bijna nul zal worden herleid, maar dat dit een geleidelijk proces zal zijn. Volgens bepaalde extremisten gaat mijn voorstel waarschijnlijk niet ver genoeg of wil ik die maatregelen veel te traag invoeren. Dat stoort me echter niet. Op dit vlak ben ik voor een keer niet de extremist van de bende.

Om deze tekst waardig af te sluiten, volgt hier nog mijn recept voor konijn met donkere saus. Geniet ervan zo lang het nog kan, want wie zich inbeeldt dat we binnen vijftig jaar nog allemaal vlees zullen kunnen eten zoals we dat nu doen, is vreselijk kortzichtig.

Ingrediënten:
1 konijn
75 cl donker bier, liefst enigszins zoet, zoals Chimay
50 cl groentebouillon
2 middelgrote ajuinen
3 middelgrote wortelen
150 gram Parijse champignons
100 gram bospaddenstoelen (naar keuze)
200 gram gerookt spek in één stuk
4 teentjes look
3 tot 4 eetlepels Dijonmosterd
3 eetlepels ongeraffineerde rietsuiker
4 kruidnagels
2 laurierbladeren
Zout
Peper
2 takjes tijm of een gelijkaardige hoeveelheid aan gedroogd tijm uit een potje
Plantaardige olie of boter

Stap 1:
Neem een stevige stoofpot, liefst ongeveer 30 cm in diameter.
Hak het konijn in stukken
Snijd elke ajuin in acht
Snijd de wortelen in schijfjes met een dikte van ongeveer 0,5 centimeter
Snijd het spek in blokjes van ongeveer 2 kubieke centimeter
Snijd de Parijse champignons, afhankelijk van hun formaat, in twee of in vier
Snijd de boschampignons, afhankelijk van hun formaat, in bijtklare stukjes

Stap 2:
Verwarm boter of olie in de pot tot de juiste temperatuur om te bakken
Bak de stukken konijn aan tot ze net bruin zijn en neem ze vervolgens weer uit de pot (uiteraard zullen niet alle stukken er in één keer in passen, dus dit kan gemakkelijk 15 minuten duren)
Bak ook de lever en de niertjes, maar uiteraard slechts zeer kort want anders drogen ze uit

Stap 3:
Kijk na of er nog voldoende boter of olie in de pot zit en vul eventueel wat bij
Verwarm de olie of boter tot de juiste temperatuur om te bakken
Bak de ajuin gedurende een paar minuten
Voeg de wortelen toe en bak gedurende een paar minuten
Voeg het spek toe en bak gedurende een paar minuten
Voeg al de champignons toe en bak gedurende een paar minuten
Voeg de stukjes look toe en bak gedurende niet meer dan een tiental seconden

Stap 4:
Voeg een eetlepel mosterd toe en roer goed
Draai het vuur hoog
Blus af met een geut van het bier
Laat gedurende enkele seconden schuimen
Voeg de stukken konijn toe
Voeg peper toe naar eigen smaak
Voeg de tijm toe en roer goed
Voeg de kruidnagels toe
Voeg de laurierbladeren toe
Voeg een beetje zout toe en roer opnieuw goed
Voeg de rest van het bier en de groentebouillon toe het vocht alles bedekt (voeg, indien nodig, nog wat water toe om alles te bedekken)

Stap 5:
Voeg bijna al de suiker en de rest van de mosterd toe en roer goed
Draai het vuur lager en dek de pot af met een deksel
Laat gedurende minstens 90 minuten sudderen

Stap 6:
Proef en voeg suiker en zout toe naar eigen smaak.
Eventueel de saus binden met maizena, boter of een ander bindmiddel (maar zeker geen room)

------------------------
[1] Aanbevolen lectuur voor wie dit onderwerp interessant vindt: Sachs, Jeffrey (2005). ‘The  End of Poverty: Economic Possibilities for Our Time’, Penguin Press HC, ISBN 1-59420-045-9.






Geef commentaar

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.

Filtered HTML