Malcolm analyseert: het Vlaams regeerakkoord: hoofdstuk 21-22

Zondag 17 augustus 2014

Hoofdstuk XXI: Onroerend erfgoed

Vlaanderen telt veel oude gebouwen, monumenten en zelfs nog een paar mooie landschappen. Ons onroerend erfgoed leidt vaak tot discussies, vooral tussen de beschermers van de erfgoedwaarde en de eigenaars die met al die beschermingsmaatregelen rekening moeten houden. Zelden leidt dit echter tot grote maatschappelijke conflicten. Toch bevat ook dit minder cruciale hoofdstuk weer een paar storende elementen die de oppervlakkige lezer zouden kunnen ontgaan.

Veel burgemeesters storen zich aan de verplichting aan bepaalde openbare werken een archeologisch onderzoek en eventuele opgravingen te moeten laten voorafgaan. Dat probleem zou wel eens van de baan kunnen zijn: “Bij de vaststelling van de archeologische zones waken we er over dat uitsluitend zones uitsluitend [14] worden afgebakend in gebieden waar reële kenniswinst te verwachten valt.” Wie die “we” precies is, staat nergens vermeld, maar ik kan me inbeelden dat de burgemeesters, die overigens ook een belangrijk percentage van onze volksvertegenwoordigers vormen, hun invloed zullen zien toenemen. Archeologische opgravingen hebben zelden een economische meerwaarde en kunnen bijgevolg best verdwijnen. Het leven draait tenslotte niet om de verrijking van ons leven, maar om de vulling van onze bankrekening. Hoe sneller we dat begrijpen, hoe beter we met onze naasten in concurrentie kunnen treden.

Ook de landbouwsector is vaak niet tevreden met de bescherming van ons patrimonium, vooral natuurlijk in rurale gebieden. Gelukkig weet de Vlaamse Regering waar ze haar prioriteiten moet leggen: “Landbouw en andere menselijke activiteiten moeten samen kunnen gaan met onroerend erfgoed. Er wordt een rechtszeker kader uitgewerkt waarbij beschermingsinitiatieven vanuit onroerend erfgoed het voortbestaan van landbouwbedrijven niet zullen verhinderen en/of financieel belasten.” Bomen hebben geen stemrecht. Mensen die het milieu willen beschermen wel, maar ik vraag me af hoe lang nog. De ambtenaren die zijn aangesteld om de erfenis van ons verleden te beschermen, zullen blijkbaar een groot gedeelte van hun onafhankelijkheid verliezen en zullen het hoofd moeten buigen zodra een of andere agrarische gifmenger zijn boekhouding als argument gebruikt.

De conservatie en zelfs verheerlijking van het verleden is een instrument dat wereldwijd door nationalisten wordt gebruikt om de pracht en praal van de eigen natie te bevestigen. De Vlaamse Regering doet zelfs dat niet. Het uiteindelijke doel is tenslotte geen Vlaanderen voor de Vlamingen, maar een wingebied voor de Vlaamse ondernemers en beleggers.

Hoofdstuk XXII: Toerisme

Toerisme is al lang een Vlaamse bevoegdheid. De voorbije legislaturen was de commissie Toerisme  van het Vlaams Parlement in de praktijk gewoon de commissie West-Vlaanderen. Volksvertegenwoordigers uit andere provincies waren er zelden te zien en mengden zich niet in de tactieken van de West-Vlaamse middenstand om uit werkelijk alles een cent te halen. Officieel ligt de nadruk natuurlijk ook op onze gerenommeerde kunststeden, maar de komende jaren zal iedereen toch in de eerste plaats naar de herdenking van de tienduizenden doden van de Eerste Wereldoorlog kijken. Alleen gaat het, althans volgens dit regeerakkoord, niet om de serene herdenking van een zinloze slachting die destijds overigens door nationalisten is veroorzaakt.

Toerisme is voor de Vlaamse Regering in de eerste plaats een economische sector: “We investeren gericht in de belangrijkste toeristische productlijnen van Vlaanderen: fietsen, wandelen, tafelen, kunst, erfgoed, landschap, diamant, mode, design en shopping even de beleving in onze bruisende steden (urban innovation).” Ik vraag me af of de auteur van deze zin hier eigenlijk zelf wel woont, maar dit alles past natuurlijk in “het merk 'Flanders' als kwaliteitsmerk van onze toeristische bestemmingen”.

In de eerste plaats vraag ik me af wat de verwijzing naar de diamantsector hier eigenlijk doet. Zijn er dan mensen die op 'diamanttoerisme' gaan? Is de diamantsector niet gewoon een op productie en verkoop gerichte sector zoals er vele anderen zijn? Komen er dan ook mensen naar onze regio om de petrochemische bedrijven in de Antwerpse haven te bezoeken? Misschien komen ze wel diamanten kopen, maar is dat nog wel toerisme? Is dat niet gewoon een vorm van winkelen, excuseer, shopping? Alleen staat dat punt ook al letterlijk in dezelfde zin.

Het is trouwens maar de vraag of we de Vlaamse steden expliciet als shoppingbestemmingen moeten promoten. De Vlaamse Regering wil hierin investeren, maar uiteraard zonder te vermelden wat dit concreet betekent. In elk geval struikelt een mens op een gemiddelde zonnige dag in elke winkelstraat nu al over de slenterende en keuvelende mensen op zoek naar producten die ze niet nodig hebben. De winkels met dure producten voor mensen die niet in de stad zelf wonen, jagen de prijzen van handelspanden zodanig de hoogte in dat de winkels met gewone spullen voor de inwoners niet langer een plaats in hun eigen stad vinden.

Verder worden toeristen, nu al de meest in de watten gelegde personen die men in heel het land tegen het lijf kan lopen, verondersteld te genieten van onze bruisende steden. Blijkbaar zou er zelfs sprake zijn van “urban innovation”, wat dat ook moge betekenen. Misschien gaat het om stadsvernieuwing, maar spreekt niemand van het ongetwijfeld hiervoor ingehuurde consultancybureau Nederlands.

Als inwoner van Leuven, toch een middelgrote stad die elke zomer een ernstige dosis toeristen te verwerken krijgt, kan of mag ik misschien niet over andere steden spreken, maar ik heb het toch moeilijk met de omschrijving “bruisende steden”. Leuven is in elk geval al jaren geen bruisende stad meer. Zo wat alles is verboden of zo sterk gereglementeerd dat het de facto onmogelijk is geworden. Elke decibel leidt tot een actiecomité van buurtbewoners en nergens is nog ruimte voor enig niet-commercieel initiatief. De huizenprijzen zijn zo hoog dat iedereen die een beetje creatief wil zijn, verplicht wordt te verhuizen. Enkel hoogbetaalde managers en bejaarden met een straffe spaarrekening kunnen nog in het centrum wonen. Onze steden zijn enkel bruisend voor mensen die het al avontuurlijk vinden zaterdagnamiddag een koffietje te gaan drinken. De toename van de macht van onze burgemeesters zal dit probleem enkel groter maken.

De Vlaamse Regering richt zich overigens niet enkel tot hordes Aziaten met camera's die nog nooit een gothische kerk hebben gezien: “We promoten Vlaanderen volop als een bestemming voor congrestoerisme.” De dubbele moraal van de nieuwe ideologen ligt er echt wel vingerdik op. Sinds wanneer geldt het bijwonen van een congres als toerisme? Volgens mij worden de meeste aanwezigen uitgenodigd als gastspreker of door hun werkgever naar het congres gestuurd. De gewone arbeiders en bedienden moeten werken en dit liefst steeds harder en langer, terwijl de kaderleden op reis mogen naar het buitenland om hun toeristische uitstappen ter plekke nu en dan voor een vergadering of lezing te onderbreken. Meer nog, deze ongelijkheid wordt zelfs gestimuleerd door een regering die haar eigen arbeiders en bedienden als een ongewenste budgettaire last beschouwt.

Een toeristische bestemming promoten, kost natuurlijk geld. De Vlaamse Regering wil hiervoor instaan “al dan niet in samenwerking met private partners”. De consultancybureaus grijnzen allicht zeer breed. Tenslotte zullen zij met het hoofddeel van het budget gaan lopen, onafgezien van de resultaten die ze boeken. Tenslotte moeten enkel overheidsagentschappen worden geresponsabiliseerd en met resultaatsverbintenissen worden opgezadeld.

Dit alles brengt ons uiteindelijk tot het degoutantste dat ik in heel het Vlaams regeerakkoord heb gelezen. Vergeet al de ergernis die de vorige hoofdstukken misschien al heeft opgeleverd, de hoofdprijs wordt pas nu uitgereikt: “We blijven Vlaanderen, ook na 2018, op de kaart zetten als bestemming voor vredes- en herdenkingstoerisme.” Blijkbaar willen onze ondernemers niet enkel geld verdienen aan de levenden, wat nog enigszins te begrijpen valt, maar ook aan de doden. Ik roep iedereen op om nooit of te nimmer de wapenen op te nemen voor Vlaanderen. Deserteer, vlucht, veins een ernstige lichamelijke aandoening of word lid van een verzetsbeweging, maar laat u niet het uniform van het slachtvee aanmeten door deze overheid. Ze sturen u naar de loopgraven en nadat uw verminkt lijk uiteindelijk door twee gedesillusioneerde PWA'ers aan uw bedroefde nabestaanden is overgemaakt, staan zij die geen loopgraaf of artilleriebombardement gezien hebben klaar om een hamburgerkraam naast uw graf te plaatsen. Hebben onze overgrootouders [15] nu echt  meer dan vier jaar in de modder liggen te creperen om te worden herdacht als een te promoten toeristisch product? Geld verdienen aan het verdriet van anderen is laag en een regering die dit wil promoten, verdient hetzelfde adjectief.
---------------
[14] Eens te meer word ik verplicht een foute zin over te nemen om niet van de verdraaiing van citaten te worden beschuldigd.
[15] Naar keuze te wijzigen in functie van de leeftijd van de lezer.