Malcolm analyseert: het Vlaams regeerakkoord: hoofdstuk 23

Maandag 18 augustus 2014

Hoofdstuk XXIII: Buitenland en ontwikkelingssamenwerking

Het hoofdstuk over het buitenlands beleid is eigenlijk verrassend lang voor een regering die geen onafhankelijk land bestuurt. Vlaanderen is slechts een deelstaat met een beperkte autonomie, is lid van slechts een beperkt aantal supranationale organisaties, heeft geen ambassades, heeft geen eigen leger en beschikt niet over een eigen nationale bank of munteenheid. Toch krijgen we gedurende bladzijden en bladzijden te lezen hoe de Vlaamse Regering zich tegenover de rest van de wereld zal opstellen.

De Vlaamse Regering wil natuurlijk zelf een buitenlands beleid voeren omdat ze zich daar onder gelijkgezinden kan bewegen. Ongeveer 80 percent van de wereld of misschien zelfs meer wordt momenteel geregeerd door ultrakapitalistische of nationalistische regeringen. Vaak gaat het om een combinatie van beiden. Progressieve regeringen die effectief geven om wat er met alle inwoners gebeurt, zijn zeer dungezaaid en de recente overwinning van de cryptofundamentalist Erdogan in Turkije heeft de wereld weer een stapje dichter bij de totale afschaffing van het democratisch experiment gebracht.

De Vlaamse Regering ziet haar buitenlands beleid in de eerste plaats als een middel om de eigen economische belangen te verdedigen. De ontwikkelingssamenwerking in de titel van het hoofdstuk komt pas veel later en veel beknopter aan bod. Dit citaat zegt genoeg: “De wereldmarkt biedt vele kansen, die we nu moeten grijpen en verzilveren.” Enige kritische reflectie op de mogelijke nadelen van een geglobaliseerde economie hoeven we hier niet te zoeken. Er zijn kansen voor bepaalde mensen om rijker te worden en die kansen mogen niet worden gedwarsboomd.

Naast die focus op de internationale wereldhandel kan een buitenlands beleid uiteraard ook worden aangewend om aan de uitbouw van een eigen natie te werken. Dit hoofdstuk staat weer bol van de propaganda en wishful thinking die niet volledig met de werkelijkheid in verband staat.

“Het Departement Internationaal Vlaanderen bewaakt, als volwaardig Vlaams ministerie van buitenlandse zaken de internationale beleidscohesie”. Het is, met andere woorden, een volwaardig ministerie zonder de bevoegdheden van een echt ministerie en zonder ook een echte onafhankelijke staat om te vertegenwoordigen. Ik vraag me af wie dat ernstig zal nemen.

Het beleid zelf werkt dan weer aan “een eigen en gerichte profilering van Vlaanderen in het buitenland.” en heeft “een sterke en meer rechtstreekse stem” in de Europese Unie. Ik vraag me af hoeveel daarvan in huis zal komen, vooral in een EU die enkel lidstaten als relevante gesprekspartners aanvaardt. De EU zou haar interne spelregels natuurlijk kunnen veranderen, maar aangezien separatistische organisaties in veel landen hun punt met bomaanslagen proberen te bewaken, is de kans klein dat, bijvoorbeeld, de Fransen hun Corsicanen of de Spanjaarden hun Basken en Catalanen de kans zullen geven zich in de Europese besluitvoering te mengen.

Al even ver van de realiteit verwijderd is deze zin: “Ook onze unieke rol als deelstaat in het multlaterale gremium bouwen we resoluut verder uit.” Het is maar de vraag hoe we ook maar iets resoluut kunnen uitbouwen als elke overheidsentiteit binnen een paar jaar met een verschrikkelijk personeelstekort zal kampen, maar los daarvan vraag ik me vooral af wat onze rol als deelstaat zo uniek maakt. Ons land telt slechts twee ernstige deelstaten. Als Vlaanderen uniek is, is Wallonië duidelijk anders en dus onmiddellijk ook uniek. En als alle deelstaten uniek zijn, verliest die term volgens mij enigszins zijn kracht.

“We ratificeren het Minderhedenverdrag van de Raad van Europa niet.” Wacht, zijn we dit zinnetje honderd pagina's geleden al niet eens tegengekomen? Denkt er nu echt iemand dat een punt sterker overkomt als het eens wordt herhaald? Is die constante herhaling trouwens niet een van de fundamenten van propaganda?

Het verband tussen het regeerakkoord en bepaalde verkiezingsprogramma's is al evenmin steeds even sterk: “De eerste en belangrijkste hefboom van het Vlaams buitenlands beleid is de EU.” Dit is een krachtige stelling, onder meer komende van een partij die zich in het Europees Parlement associeert met de Eurosceptici en met partijen die de EU willen verlaten of afbouwen. De ambiguïteit is weer niet ver te zoeken.

De overschatting van het eigen belang gaat trouwens nog verder: “Lidstaten die het moeilijk hebben, moeten op solidariteit kunnen rekenen, maar moeten tegelijk verantwoordelijkheid nemen om orde op zaken te stellen en structureel te hervormen.” Als ik het goed begrijp, wil Vlaanderen, wat geen Europese lidstaat is, de rest van de EU hier even vertellen wat in andere landen, die wel volwaardige lidstaten zijn, moet gebeuren. Dat gaan ze daar graag horen. Wacht tot de Duitsers de Maastrichtnorm eens niet halen. Ik vraag me af of ze de telefoon zelfs maar opnemen als minister-president Bourgeois eens naar Berlijn belt.

Wat we wel weten, is wat die structurele hervormingen precies inhouden. Wie nog niet weet, wat de voorstanders van het kapitalisme hiermee bedoelen, moet maar eens naar Athene trekken. Iedereen die uit de welvaartsstaat kan worden geschopt, mag zijn leven als dakloze bedelaar doorbrengen of, in het beste geval, voor minder dan het bestaansminimum drie jobs na elkaar uitvoeren om een beschimmelde kamer in een achterbuurt te huren.

Aangezien ik het niet kan laten, volgen hier nog een paar korte voorbeeldjes van wishful thinking en ondoordachte nonsens waaruit volgens mij blijkt dat heel die regeringsonderhandelingen in een parallel universum zijn gevoerd.

“Daarom volgen we niet alleen de Europese agenda proactief op, maar bepalen we hem ook actief mee.” Ja, dat zal wel.

“We vragen dat de EU de eigen Vlaamse programma's en plannen voor structurele hervormingen apart beoordeelt en afzonderlijke aanbevelingen doet.” Vragen staat vrij, maar weigeren ook.

“De Vlaamse permanente vertegenwoordiger bij de EU moet structureel deel kunnen uitmaken van de Belgische delegatie in de Europese Raad en de ministerraden.” Wat zal dan gebeuren indien de rest van de EU hier eens hartelijk mee lacht? Gaat de Vlaamse Rens internationale vergaderingen plots minderheidsstandpunten beginnen te verkonegering dan betogen in Straatsburg en in Brussel? Dat laatste zou natuurlijk nog gemakkelijk zijn. Ze hoeven alvast niet ver te stappen. Bovendien hebben we ook nog een Federale Regering en die zit,zelfs al gaat het gedeeltelijk om dezelfde partijen, ook niet te wachten op dissidenten in de eigen fractie die tijddigen.

“We willen dat in de Vlaamse handelsbalans ook de intergewestelijke handelsstromen worden verrekend en dat de EU en andere internationale organisaties meer gebruik maken van regionale statistieken.” Fijn, dan kan de Vlaamse Regering nog eens in het buitenland gaan betogen. Even opzoeken waar de Wereldbank en het IMF hun zetel ook weer hebben. Met een beetje geluk regent het die dag niet en kunnen ze dit als congrestoerisme in de boekhouding opnemen.

Dat de rol van de EU zo veel aandacht krijgt, is natuurlijk niet verbazingwekkend. De Europese Commissie vaardigt aan de lopende band richtlijnen uit die voor alle lidstaten ingrijpende gevolgen kunnen hebben. Dit geldt zeker met betrekking tot het leefmilieu. Gelukkig voor al onze bedrijven is de Vlaamse Regering niet al te ijverig: “We implementeren EU-richtlijnen niet ruimer of strenger dan strikt noodzakelijk is.” Wie wil vervuilen, hoeft zich geen zorgen te maken.

Het onderdeel over de internationale handel bevat wat minder nationalistische wensen zonder basis in de realiteit, maar bewijst wel dat economen niet kunnen tellen. Ze kunnen wel rekenen of kunnen minstens een rekenmachine bedienen, maar ze weten eenvoudigweg niet wat ze bij elkaar moeten optellen om tot de juiste conclusie te komen.

“Buitenlandse investeerders zorgen voor bijna de helft van de jobs in Vlaanderen.” Het lijkt alsof we die buitenlandse ondernemers dankbaar mogen zijn. Een van de belangrijkste oorzaken is echter dat Belgen in het algemeen hun geld veel liever sparen. Ze zijn niet zo risicogezind en dat zal er met onze nieuwe regeringen niet beter op worden. Aangezien op zowat alles wordt bespaard, zal iedereen nog meer dan vroeger de neiging voelen zijn geld op te potten.

“Vlaanderen exporteert per capita drie keer zo veel als exportreus Duitsland.” Heeft er dan niemand rond de tafel bij stilgestaan dat Duitsland een veel grotere interne markt heeft? Hoe meer producten door de eigen burgers worden gekocht, hoe minder er wordt geëxporteerd. Is dat nu echt zo moeilijk om te snappen?

“De zendingen van het Agentschap voor buitenlandse handel dienen aanvullend te zijn ten aanzien van de economische zendingen van FIT en moeten een meerwaarde betekenen voor onze bedrijven. Om daarvoor ruimte te creëren, verminderen we binnen het agentschap voor buitenlandse handel [16] het aantal zendingen van het agentschap tot 2 per jaar en verminderen we overeenkomstig onze dotatie.” We kunnen hier geen straat aanleggen zonder een studiebureau drie alternatieve tracés te laten onderzoeken, maar deze beslissing wordt natuurlijk genomen zonder de doeltreffendheid of effecten ook maar gedurende een minuut te onderzoeken. Verblind door de eigen separatistische agenda worden weer initiatieven aangekondigd waarvan niemand weet of ze iets zullen uithalen.

Dit hoofdstuk is helaas nog meer dan enkel een bron van vermaak om de wereldvreemdheid van onze leiders. Op minstens een vlak hebben ze in elk geval goed door wat ze willen en misschien ook kunnen bereiken: “In deze internationale handelsakkoorden ijveren we daarom voor respect voor arbeids- en milieunormen maar in een Europees en internationaal verband zodat we onze eigen bedrijven geen concurrentieel nadeel opleggen.” Dit is geen pamflet van de PvdA of zo. Dit is echt wat er staat. Er staat echt dat arbeids- en milieunormen enkel belang hebben indien ze onze bedrijven geen nadeel opleveren. Indien dat wel het geval zou zijn en indien er enige internationale overeenkomst kan worden bereikt, mogen al die normen dus gerust worden afgezwakt. Dat is wat er staat en dat zullen we ook voelen. De kiezer heeft altijd gelijk.

Een goed buitenlands beleid heeft ook diplomatieke vertegenwoordigers nodig die ter plekke de mening van de regering kunnen vertolken. Het regeerakkoord stelt duidelijk dat de vertegenwoordigers van Vlaanderen in het buitenland precies moeten vertellen: “Internationale promotie en reputatieontwikkeling zijn cruciaal voor de beeldvorming van Vlaanderen in het buitenland en leiden tot investeringen in Vlaanderen.” Vlaanderen moet blijkbaar als een onafhankelijke entiteit op de kaart worden gezet, wat op zich heel separatistisch klinkt, maar als het erop aankomt, gaat het toch vooral om de investeringen in onze economie. Al de rest is en blijft hieraan ondergeschikt. Hoewel de Vlaamse overheid volgens dit regeerakkoord zowat overal moet besparen, zal er blijkbaar wel genoeg geld zijn om de vertegenwoordigingen in het buitenland in stand te houden en misschien zelfs verder uit te bouwen. Volgens mij is dat nochtans niet de prioriteit die de kiezers van onze regeringspartijen voor ogen hadden.

Het bouwen aan het imago van de Vlaamse natie in het buitenland wordt overigens niet enkel aan de diplomatie overgelaten: “We willen dat het stemrecht voor Vlamingen in het buitenland naar regionale en Europese verkiezingen wordt uitgebreid”. Volgens mij mogen Belgen die in een andere Europese lidstaat wonen daar sowieso al aan de Europese verkiezingen deelnemen. Als ze buiten de EU wonen, is het maar de vraag of ze wel moeten stemmen voor een bestuur dat letterlijk ver van hun bed regeert. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de Vlaamse verkiezingen. De achterliggende gedachte is duidelijk. Als ze in het buitenland ook voor het Vlaams Parlement mogen stemmen, zullen ze zich hopelijk wat meer Vlaming voelen. Ik kan enkel hopen dat de Belgen in het buitenland massaal laten weten dat de nieuwe Vlaamse Regering hen sterkt in hun overtuiging in het buitenland te blijven.

In het buitenlands beleid van veel landen worden de mensenrechten al wel eens gebruikt als een argument om een bepaald regime al dan niet gunstig gezind te zijn. Vaak gaat het natuurlijk om hypocrisie, zeker als de VS laat weten op welke terroristen plots wel bombardementen zullen worden uitgevoerd en welke terroristen toch meer als een binnenlands probleem van een andere natie worden beschouwd.

De Vlaamse Regering heeft de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens echter niet nodig: “We pleiten, conform de nota 'Mensenrechten en Vlaams internationaal beleid', voor een actief mensenrechtenbeleid met onze waarden als belangrijkste leidraad en de EU als belangrijkste hefboom.” Ik moet toegeven dat ik die nota niet heb gelezen, maar ik stel me sowieso vragen bij wat voor “onze waarden” moet doorgaan. Om welk moreel principe zou het hier gaan? Het recht bedrijven meer en mensen minder mogelijkheden te geven? Het recht op betaalbaar onderwijs? Het recht op een betaalbare woning? Het recht van de regeringen van derdewereldlanden te gehoorzamen wat vanuit het Westen wordt gedicteerd? Het recht van zowat iedereen in het Midden-Oosten een gewelddadige dood te sterven zonder enige reële steun te ontvangen? Dat zijn de waarden die wij uitdragen, of we dat nu graag horen of niet. De Amerikanen worden overal natuurlijk veel erger gehaat dan wij, maar dat ligt vooral aan de grootte van hun leger en de incompetentie van de operatoren van hun drones het onderscheid tussen een terroristische vergadering en een huwelijksfeest te maken.

Voor uiteindelijk de ontwikkelingssamenwerking toch nog eens aan bod komt, gaat het regeerakkoord ongewild even de komische toer op: “Overeenkomstig resolutie 2487 – Nr. 1 betreffende de tweehonderdste verjaardag van het Verenigd Koninkrijk der Nederland en de herdenking van de verwezenlijkingen van Willem I onderzoeken we in overleg met Nederland en andere actoren op welke manier we in 2015 de verwezenlijkingen van Willem I passend onder de aandacht kunnen brengen.”

De vraag die iedereen zich allicht spontaan stelt, is over welke verwezenlijkingen het gaat. Het beleid van Willem I was in deze streken zo populair dat de bevolking in 1830 in opstand is gekomen en zich van Nederland heeft afgescheurd. Misschien wil de N-VA wel de laatste man eren die aan de macht was voor het ontstaan van het weerzinwekkende België. Dat die man ook een koning was, doet hun republikeinse geloofwaardigheid wel niet veel goed. Persoonlijk ben ik er vrij zeker van dat niemand op die herdenking zit te wachten. Ik kijk uit naar de nieuwsberichten over de vieringen waarin journalisten zullen vertellen dat er zo goed als niemand is komen opdagen. Daarna kan iemand misschien eens de vraag stellen hoeveel die nonsens heeft gekost. Dan kan het lachen pas echt beginnen.

Ook met betrekking tot de ontwikkelingssamenwerking is het natuurlijk de bedoeling de middelen “op de meest efficiënte manier” in te zetten en dergelijke. Er staat nergens dat er moet worden bespaard, maar de gemiddelde armoelijder in het Zuiden kan zich best niet te veel illusies maken.

De Vlaamse Regering wil de nadruk leggen op een aantal thema's “waarin wij een grote deskundigheid en ervaring hebben en het verschil kunnen maken”. Het eerste voorbeeld in de lijst is “ondernemerschap”. Ik zou net denken dat onze grootste deskundigheid erin bestaat ingewikkelde staatsstructuren op te zetten, wat in etnisch versnipperde postkoloniale puinhopen niet zinloos zou zijn, en een sociale zekerheid uit te bouwen, een verwezenlijking die enkel naar waarde zal worden geschat als ze niet meer bestaat.

De focus ligt overigens niet enkel op thema's, maar ook op een aantal landen. Een van die landen is Zuid-Afrika, maar “gezien de economische ontwikkeling van dit land evalueren we hun positie als partner van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking”. Dit is zeer symptomatisch. Blijkbaar heeft een ander land geen hulp nodig als er sprake is van corruptie, misdaad, systemische kansarmoede, sociale uitsluiting, etnisch geweld en andere gebreken. Als het bruto nationaal product hoog genoeg is, kunnen we het dossier sluiten en het onrecht afdoen als een probleem dat ze zelf maar moeten oplossen.

De Vlaamse Regering beseft overigens dat ontwikkelingssamenwerking niet enkel ter plekke moet worden gevoerd. Het is dan ook de bedoeling te investeren in de “gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking”. Het gemeentebestuur van Denderleeuw heeft het goede voorbeeld al gegeven en er zullen nog wel burgemeesters volgen die al die hinderlijke feestjes waar ook zwarten op afkomen van hun grondgebied zullen bannen.

Tot slot van dit lang uitgevallen hoofdstuk wordt nog even op het gevoelige punt van de handel in strategische goederen ingegaan. Strategische goederen zijn in feite niet meer dan goederen die tegen ons kunnen worden gebruikt, zoals wapens of onderdelen van militaire installaties. Het standpunt klinkt op het eerste gezicht genuanceerd: “Inzake de handel in strategische goederen streven we naar een evenwichtige en verantwoorde afweging van ethische, economische en veiligheidselementen.” Ik wil best geloven dat die afweging steeds zal worden gemaakt. Iedereen mag eens raden welk element daarbijsteeds het onderspit zal moeten delven.
-------------
[16] Daarnet kregen ze nog één hoofdletter, maar nu helemaal geen meer. Het misprijzen voor de federale overheid is werkelijk subtiel.