Malcolm analyseert: het Vlaams regeerakkoord: hoofdstuk 24-25

Dinsdag 19 augustus 2014

Hoofdstuk XXIV: Financiën en begroting

De titel van dit hoofdstuk klinkt voor velen allicht zo saai dat ze nu al willen afhaken, maar het bevat nochtans heel wat bepalingen die de moeite van het lezen waard zijn. Het wordt vooral gekenmerkt door ideologische standpunten die als feiten worden vermomd.

Ik wil echter genuanceerd blijven en ook een punt aanhalen dat mijn goedkeuring wel kan wegdragen: “We verkopen geen gronden of gebouwen om die nadien terug te kopen of te huren.” Dat is inderdaad een onnozel en op termijn duur trucje om een begroting in evenwicht te brengen en ik ben het er helemaal mee eens dat we dit best laten.

Voor het overige benadrukt de Vlaamse Regering vooral haar begrotingsorthodoxie: “Een begroting in evenwicht geeft toekomstperspectief aan de generaties van morgen.” Is dat eigenlijk wel zo? Welk perspectief bieden we een generatie die minder zal verdienen, meer zal moeten betalen om hoger onderwijs te kunnen volgen, langer zal moeten werken alvorens op pensioen te mogen, het met een deels verdwenen en deels tot propaganda gedegenereerd cultuur- en verenigingsleven zal moeten stellen en buiten de normale werkuren geen bus meer zal kunnen nemen? Volgens mij zijn die mensen niet beter af dan wij. Er wordt natuurlijk altijd naar de crisis of de economisch moeilijke tijden verwezen, maar de economische moeilijkheden worden keer op keer veroorzaakt door mensen die ons vervolgens voor de kosten laten opdraaien en zelf een premie opstrijken. Als er in de toekomst problemen zullen zijn, zullen die niet door heel mijn generatie zijn veroorzaakt, maar door bepaalde mensen die zich gewetenloos hebben verrijkt, wat een tijdloos verschijnsel is.

Volgens de Vlaamse Regering klopt mijn kritiek natuurlijk niet: “We schuiven geen facturen door naar de volgende generaties.” In dat geval mogen ze mij eens uitleggen welke naam ze dan willen geven aan de problemen die onze overheden in binnen- en buitenland weigeren aan te pakken. Als er niets verandert, overstromen grote gebieden op onze planeet en staan we binnenkort kniehoog in klimaatvluchtelingen die zich afvragen waarom ze eigenlijk zijn gevlucht naar een compleet vervuild continent waar een boom bijna een bezienswaardigheid is geworden. Is dat dan geen factuur die wordt doorgeschoven?

Misschien bedoelt de Vlaamse Regering met haar stelling enkel en alleen dat ze zelf zo schuldenvrij mogelijk wil zijn. Op zich klinkt het weer mooi: “minder bureaucratie, meer efficiëntie en meer resultaat per uitgegeven euro. Een systematische vergelijking met andere landen kan hierbij de weg tonen.” Er staat echter niet of ook zal worden gekeken naar de levensstandaard of het percentage mensen in armoede in die landen. Het gaat enkel om een vergelijking van overheidsuitgaven. Gaat het hier eigenlijk om het resultaat, bijvoorbeeld een onderwijs dat zich aan alle begrotingsregels houdt, of om het effect van dat resultaat, bijvoorbeeld een afname van het aantal studenten uit minder gegoede families?

De ideologische stellingen blijven trouwens maar komen: “De overheid moet loslaten wat de samenleving zelf kan doen.” Dit is ultraliberale nonsens die zelfs een paar seconden kritisch denkwerk niet doorstaat. Het onderscheid tussen overheid en samenleving is tegenwoordig zuiver artificieel. Enkel onder  ondemocratische regimes, zoals de absolute monarchieën tijdens dewelke deze theorieën voor het eerst zijn ontwikkeld, staat een overheid volledig los van de samenleving. De overheid is gewoon een vertegenwoordiging van de samenleving, erdoor gekozen, gefinancierd en in min of meerdere mate gecontroleerd. Als de overheid volledig losstaat van de samenleving, in welke positie bevindt al dat overheidspersoneel zich dan? Staan zij dan buiten de samenleving, inclusief hun buren en vrienden? En wat moeten we dan denken van een samenleving die beslist dat iets een overheidstaak is? Wat betekent dat trouwens, een samenleving die iets “zelf kan doen”? Slaat dat op ons rijk verenigingsleven? Is dit een vermomde verantwoording van besparingen op subsidies voor verenigingen die het maar zelf moeten doen, zonder enige overheidsondersteuning? Dit zinnetje klinkt irrelevant, maar het is een gevaarlijk ideologisch standpunt.

Een budgettair strikte, schulden afbouwende en geld besparende overheid moet natuurlijk op haar uitgaven letten. Soms gebeurt dit door de “ondersteunende taken elders onder te brengen”. Indien hiermee een uitbesteding aan privébedrijven wordt bedoeld, lijkt dit me niet zo zinvol. Die firma's doen dat ook niet gratis en in veel gevallen zou dat wel eens duurder kunnen uitvallen dan nu het geval is.

Hier volgt nog een voorbeeld van de kritiekloze aanvaarding van de liberale ideologie: “Met het oog op het behoud van onze gunstige rating en de duurzaamheid van de Vlaamse financiën (...)”. Wie stelt die ratings eigenlijk op? Wordt het geen tijd dat die privébedrijven, die overigens amper over eigen kapitaal beschikken en die even goed zelf failliet zouden kunnen gaan, eens op hun plaats worden gezet? Moeten wij het beleid van een regio of zelfs van een land nu echt laten dicteren door een paar zogenaamde experts die ons beoordelen op basis van criteria die de bankencrisis van 2008 geenszins hebben weten te voorspellen? Volgens de Vlaamse Regering is dat inderdaad precies wat we moeten doen.

Die bankencrisis is trouwens nog niet vergeten: “De terugbetalingen van KBC en eventuele valorisatie van andere participaties gebruiken we volledig voor het verder afbouwen van de Vlaamse schuld.” Volgens mij slaat de “Vlaamse schuld' veeleer op de verkeerde keuze die veel mensen op 25 mei 2014 hebben gemaakt, maar blijkbaar slaat het hier op een beleid gericht op schuldafbouw. Dat voornemen zal natuurlijk onmiddellijk in de afvalcontainer belanden zodra de volgende internationale financiële crisis zich aandient. Wanneer dat zal gebeuren, weet ik natuurlijk niet exact, maar aangezien uit de vorige crisis amper lessen zijn getrokken, is een herhaling onvermijdelijk.

De Vlaamse overheid heeft trouwens geen nieuwe bankencrisis nodig om zwaar in de problemen te geraken: “Gelet op de steeds striktere Europese regelgeving zien we af van DBFM-projecten die berusten op herfinancieringsgaranties, te grote participaties in het kapitaal of niet-marktconforme financiering van het project door overheidsmiddelen.” Spijtig genoeg is nu net dat wat de Vlaamse overheid de voorbije jaren heeft gedaan en nu nog steeds blijft doen met de BAM en de Oosterweelverbinding. Het is lang niet zeker of de Europese Commissie de hele PPS-constructie niet strijdig met de regels zal verklaren en in dat geval zal het nog duren tot 2370 voor die verbinding tussen de twee Scheldeoevers plechtig kan worden geopend, waarschijnlijk door de gouverneur van de Chinese Wereldrepubliek.

Wie dit allemaal een beetje te technisch vindt, moet zich maar eens aan het volgende wagen: “Bij de federale overheid bepleiten we de vrijstelling van roerende voorheffing voor entiteiten die binnen de perimeter van de Vlaamse overheid vallen en beleggen in Vlaams overheidspapier.” Gaat dit nu echt over overheidsinstellingen die hun geld investeren in beleggingsproducten van hun eigen overheid? Bestaat dat echt en, zo ja, waarom? Dat zou hetzelfde betekenen als een filiaal van Belfius dat in eigen naam aandelen van Belfius koopt. Als het dan slecht gaat, moet die entiteit op haar eigen middelen besparen en ziet ze tegelijkertijd de waarde van haar beleggingen dalen. Verstandig lijkt me dat niet.

De machtsovername door de Vlaamse burgemeesters komt ook in dit hoofdstuk tot uiting, maar ze hebben toch niet op elk vlak hun slag thuisgehaald: “De Vlaamse Regering is evenwel niet verantwoordelijk voor de impact van federale maatregelen op de begrotingen van de lokale overheden. De lokale overheden dragen ook zelf een verantwoordelijkheid voor hun begrotingsresultaat.” Ik kan iedereen nu al verzekeren dat hierover niet een of twee, maar tientallen parlementaire debatten zullen worden gevoerd.

Vervolgens worden een reeks fiscale maatregelen opgesomd die de Vlaamse Regering in de loop van de komende jaren wil doorvoeren. Sommige maatregelen zijn zelfs op reële maatschappelijke vragen gebaseerd, zoals de verlaging van de zogenaamde miserietaks van 2 percent tot 1 percent. Andere zijn dan weer dubieuzer van aard en worden in de media langs allerlei kanten bekritiseerd.

Ik heb met betrekking tot de vorige hoofdstukken vaak geklaagd over de algemene vaagheid van het regeerakkoord, maar dit geldt zeker niet voor de woonbonus: “Voor contracten afgesloten vanaf 1 januari 2015 verminderen we het basisbedrag van het aanslagjaar 2015 met het bedrag van de 10-jarige verhoging. We behouden gedurende 10 jaar die verhoging van 760 euro bovenop het basisbedrag. Voor die contracten berekenen we het belastingvoordeel aan het tarief van 40 percent.” Als dat niet concreet is, weet ik het ook niet meer. Ik vraag me alleen af waarom dat hier plots kan en met betrekking tot zo veel andere zaken niet [17]. Deze aanpassing van de woonbonus wordt trouwens veel bekritiseerd. Het zal voor veel mensen een pak moeilijker worden een geschikte woning te kunnen betalen. Ik meende nochtans dat het de bedoeling was toekomstige generaties toekomstperspectieven te bieden.

Helaas is deze vlaag van concrete percentages van korte duur: “Na de overname van de dienst en met aandacht voor federale wijzigingen aan het erfrecht onderzoeken we hoe we de successierechten kunnen moderniseren en afstemmen op hedendaagse samenlevingsvormen, waarbij we het familiale aspect in aanmerking blijven nemen.” Dat kan, met andere woorden, zo veel kanten uit dat er eigenlijk niets staat. Idem dito met betrekking tot de fiscale verminderingen: “Hierbij kan rekening worden gehouden met herverdelende elementen.” Dat kan dus even goed ook niet gebeuren.

Even vaag is de mededeling dat de Vlaamse overheid vanaf 1 januari 2017 “de dienst van de belasting op de spelen en weddenschappen, de belasting op de automatische ontspanningstoestellen en de openingsbelasting” overneemt. Wat met die dienst en de bijbehorende bevoegdheden zal gebeuren, wordt ons hier niet meegedeeld. Ik vind nochtans dat de regels op al die gokspelletjes wel eens mogen worden verstrengd. Er zijn al genoeg mensen die daar hele maandlonen aan verspillen. De openingsbelasting staat daar natuurlijk los van, maar lijkt me nu ook niet direct een goede stimulans van het ondernemerschap.

De laatste paragraaf past dan weer volledig in de lijn van het hele regeerakkoord en legt nog even wat meer macht bij onze lokale potentaten: “Gelet op de impact van leegstaande, onbewoonbare en verwaarloosde woningen op de lokale leefomgeving en de verantwoordelijkheid die de lokale overheden vandaag reeds hebben inzake inventarisatie en opvolging van deze panden wordt ook de fiscale verantwoordelijkheid geconcentreerd op lokaal niveau.” Zo kunnen de burgemeesters tenminste beweren dat ze aan bod komen in zowel de allereerste als de allerlaatste paragraaf van een lange tekst die niet in het minst voor hen is geschreven. Wat ze met deze fiscale verantwoordelijkheid zullen doen, kan niemand voorspellen. Zoals zo vaak, hangt het allemaal af van de wensen en de grillen van lokale populisten die soms zelfs oprecht denken dat ze dicht bij al hun burgers staan.

Hoofdstuk XXV: Bijlage: nieuw organogram van de Vlaamse overheid

De enige bijlage bij het regeerakkoord bestaat uit een overzicht van de entiteiten, departementen, agentschappen, etc. van de Vlaamse overheid en van de wijzigingen, fusies, overhevelingen, etc. die zullen plaatsvinden. Aangezien het hier om honderden afzonderlijke diensten en duizenden personeelsleden gaat, ben ik natuurlijk niet in staat op mijn eentje een grondige analyse van alle pro's en contra's te maken, maar een specifiek punt valt me toch op.

Sommige fusies en overhevelingen lijken ingegeven door de wens de overheid te rationaliseren en de werking efficiënter te laten verlopen, maar in de praktijk komt het er vooral op neer dat de topambtenaren van sp.a-signatuur overal worden geliquideerd. De Vlaamse Regering kan die mensen niet zo maar ontslaan, zeker niet als ze een reeks gunstige evaluaties kunnen voorleggen, maar ze kunnen door bewegingen in het organogram wel worden weggemanoeuvreerd naar posities zonder macht of zeggenschap. Dit klinkt heel paranoïde, maar we zullen binnen een paar jaar wel zien in welke mate de nieuwe Vlaamse Regering, uiteraard met de N-VA op kop, van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om eigen mensen op topposities te installeren en op die manier de verworven macht te consolideren. Het is dan ook maar de vraag of een links verkiezingsresultaat in 2019 wel onmiddellijk tot een verandering van het beleid kan leiden.
-----------------
[17] Tegelijkertijd bevat dit hoofdstuk ook opvallend veel taalfouten. De onderhandelingen waren zeer concreet, maar de tekst zelf is blijkbaar op een drafje bij elkaar gepend.