Malcolm beoordeelt: het voorstel van Rik Daems om langdurig werklozen gemeenschapsdienst te laten vervullen

2013-10-09

Op het eerste gezicht is het natuurlijk weer een zoveelste ultraliberale uitbarsting, maar mits de nodige manipulatieve onderhandelingen zou dit idee wel eens in het gezicht van Rik Daems en zijn medestanders kunnen ontploffen. Het is in elk geval meer dan de moeite waard het dossier niet met een scheldpartij te sluiten. Wie hier dieper over nadenkt, zal vrij snel de mogelijkheden zien die hier onverwacht achter schuilgaan.

Laten we eerst even naar de feiten kijken [1]. Rik Daems, in het verleden al belachelijk als wijnbouwer, onpopulair als kandidaat-burgemeester in diverse gemeenten en ongeloofwaardig als minister bevoegd voor overheidsbedrijven, heeft in een opiniestuk in De Morgen een idee gelanceerd die vooral zijn meest asociale kiezers zal bekoren.

Hij is namelijk van mening dat langdurig werklozen, hier gedefinieerd als mensen die al langer dan 1 jaar een uitkering ontvangen, gratis gemeenschapstaken moeten uitoefenen. Daarbij wordt dan bijvoorbeeld gedacht aan taken bij de gemeentelijke groendienst of aan het openhouden van de cafetaria van de gemeentelijke sporthal. Volgens hem zijn er veel uitkeringsgerechtigde werklozen in dit land en wordt het draagvlak voor al die solidariteit ondermijnd door het feit dat die mensen elke maand geld ontvangen zonder dat ze daar iets voor moeten doen.

Op zich is dit natuurlijk een uiting van verzuurde jaloezie die ik zelf ook al tientallen malen door anderen heb horen vertolken. Vooral hardwerkende mensen die eigenlijk een hekel aan hun eigen job hebben, vinden het bijzonder erg dat anderen kunnen uitslapen en toch elke maand een storting van de overheid ontvangen. Dat het haast onmogelijk is met de gemiddelde werkloosheidsuitkering rond te komen, laat staan een gezin te voeden, vergeten ze uit gemakzucht natuurlijk vlotjes. Zij krijgen vaak het gezelschap van aanmodderende zelfstandigen die klagen over de met belastinggeld onderhouden parasieten die het enige obstakel vormen tussen hun huidige gevecht met de deurwaarder en de uitstraling van succes die met een BMW cabrio gepaard gaat.

Los nog van het feit dat de verplichting een of andere gemeenschapsdienst uit te voeren op geen enkele manier een inkrimping van de kostprijs van de werkloosheiduitkeringen met zich meebrengt, mogen we natuurlijk niet vergeten dat op deze manier een hoop nauwelijks gemotiveerde mensen op de publieke dienstverlening worden losgelaten. Ik zit in elk geval niet te wachten op een cafetariatapper die vaker op de klok dan naar zijn afwaswater kijkt. Bovendien schuilt het echte besparingspotentieel ergens helemaal anders. Als men diensten met verplicht tewerkgestelde en eigenlijk onbetaalde krachten kan vullen, is het ook niet nodig bijkomende echte personeelsleden aan te werven om cafetaria’s open te houden of planten te snoeien. Ironisch genoeg zou deze maatregel bijgevolg de werkloosheidscijfers in stand houden of mogelijk zelfs nog verder de hoogte in duwen.

Maar eigenlijk kunnen we de zaak ook van een heel andere kant bekijken. Ik ben opgegroeid tijdens de Koude Oorlog en toen was de Rus nog een grotere vijand dan de Waal. Aangezien het al in 1963 duidelijk was dat niet elk mannelijk onderdeel van de samenleving de behoefte voelde gedurende twaalf maanden stoer te doen, had de overheid een alternatief in het leven geroepen. Wie de moeite deed een overigens vaak valse verklaring [2] in verband met morele principes en gewetensbezwaren in te dienen, kwam er vanaf met achttien maanden burgerdienst [3] en hoefde helemaal niet op bevel van een besnorde Neanderthaler in de modder te rollen.

Het grote voordeel voor de samenleving van het bestaan van de burgerdienst was dat elk jaar een duizendtal jongeren op zoek moesten naar een erkende plaats om hun burgerdienst uit te voeren. Hiervoor kwamen allerlei sociale, medische en culturele organisaties in aanmerking, gaande van ziekenhuizen en culturele centra tot 11.11.11 of Oxfam. Zelf heb ik die tijd achtereenvolgens doorgebracht in een opvangcentrum voor jongeren met een problematische achtergrond en in het legendarische Klein Kasteeltje, alwaar een steeds groeiende massa aan economische en politieke vluchtelingen in afwachting van de afhandeling van hun asielaanvraag in de gaten werd gehouden [4].

Wie de bovenstaande voorbeelden leest, heeft allicht al door dat zowat 95 percent van de organisaties waar gewetensbezwaarden terechtkwamen in min of meerdere mate tot de progressieve vleugel van de samenleving behoorde. Velen waren zelfs uitgesproken en radicaal antikapitalistisch, antiracistisch en antiautoritair. Het bestaan van de burgerdienst bezorgde deze organisaties door het ministerie van Binnenlandse Zaken [5] betaalde werkkrachten die vaak zeer idealistisch en gedreven waren. Zij vormden in feite de ruggengraat van de niet-partijgebonden linkse beweging in ons land. Het is dan ook geen toeval dat veel van die organisaties hun slagkracht vlak na de afschaffing van de burgerdienst hebben verloren.

In een door partijpolitiek en onderhandelde compromissen gedomineerde democratie als de onze kan een voorstel van Rik Daems natuurlijk niet zomaar en zonder discussie door de rest worden overgenomen en aanvaard. Neen, daar moet eerst uitvoerig over worden gepalaverd. Iedereen moet de kans krijgen iets aan een voorstel toe te voegen dat tegenover de achterban als een toepassing van het eigen partijprogramma kan worden verdedigd.

Ik zie hier dan ook plots mogelijkheden die veel meer voordelen zouden opleveren dan een ongenuanceerde afwijzing van het voorstel langdurig werklozen verplicht een of andere taak te laten uitvoeren. Als we hier nu eens over zouden onderhandelen en het begrip ‘gemeenschapsdienst’ een beetje anders zouden invullen? Als we het eens zouden hebben over de verplichting gedurende pakweg een dag per week een taak uit te voeren voor de plaatselijke overheid of voor een erkende middenveldorganisatie? Als we de werkloze zelf nu eens zouden opleggen zelf een dergelijke taak te zoeken? Hij kan dan naar keuze terecht bij zijn gemeentebestuur of bij een erkende organisatie. In veel gemeenten zal het zo goed als onmogelijk blijken voor elke ‘kandidaat’ een geschikte opdracht te vinden. Er zijn tenslotte nogal veel werklozen. Maar elk plaatselijk jeugdhuis, elke culturele organisatie, elke vzw met een maatschappelijk doel en elke solidariteitsactie met de Derde Wereld kan elke helpende hand gebruiken.

Als dit het gevolg zou zijn, zou de idee van Rik Daems er eenvoudigweg toe leiden dat de linkerzijde plots weer kan beschikken over duizenden en duizenden medewerkers die geen zin hebben als tweederangsambtenaren te werken voor een gemeentebestuur dat wordt geleid door mensen die met een antisociaal programma zijn verkozen. Bovendien zouden al deze mensen hun onvrede met hun verplichte tewerkstelling kunnen botvieren door, geheel binnen het kader dan Daems c.s. hen willen opleggen, mee te werken aan allerlei initiatieven die de geloofwaardigheid van partijen als de Open Vld ondermijnen.

De voordelen die ik zie, vallen allicht net buiten het gezichtsveld van al die egoïsten die de schuld voor ons maatschappelijk falen op de werklozen trachten af te schuiven. Maar wie mijn idee te vergezocht vindt, kan natuurlijk voor een eenvoudiger oplossing kiezen. Ze kunnen bijvoorbeeld wachten tot in mei 2014. Sommigen denken nu natuurlijk dat ik het heb over de verkiezingen en de kans dat Rik Daems nadien helemaal geen senator of politicus met een zekere impact meer is. Anderen houden in hun achterhoofd dat Volkert Van der Graaf die maand vervroegd kan vrijkomen.

--------------
[1] Meer informatie over zijn standpunt is onder meer te vinden in dit artikel.
[2] Zoals de mijne. Ik zit er niet mee in dat toe te geven. De feiten zijn toch al verjaard en bovendien kunnen ze mij niet meer oproepen want ik ben de maximale leeftijd in de militiewetgeving al lang gepasseerd.
[3] Met de afschaffing van de legerdienst is ook de burgerdienst verdwenen. Beide concepten waren, juridisch gezien, tenslotte onlosmakelijk met elkaar verbonden.
[4] Daar kan ik ook nog wel wat straffe verhalen over vertellen, maar dat zou ons nu te ver van het eigenlijke onderwerp leiden.
[5] Nu noemen ze dat een FOD. Die hervorming was bedoeld om de kloof tussen burger en politiek te dichten. Ik heb nooit begrepen hoe men dat wilde bereiken door een woord als ministerie, dat iedereen al sinds de 19e eeuw correct gebruikte, te vervangen door een afkorting waarover de politiek had beslist zonder de burger om zijn mening te vragen.