Malcolm distantieert zich uiteindelijk toch van: Dyab Abou Jahjah

Donderdag 2 november 2017

De voorbije jaren heb ik altijd wel wat sympathie voor Abou Jahjah gehad. Hij is nooit een omgekeerde kruisvaarder geweest die het lot van niet-Westerlingen wilde verbeteren aan de hand van een of ander heilig boek. Hij heeft zijn culturele achtergrond nooit verloochend, maar ook nooit tot de enige aanvaardbare levensstijl uitgeroepen. Hij heeft het racisme bij de Antwerpse politie in de praktijk aangeklaagd door hun patrouilles zelf te volgen en alle wantoestanden te registreren. Hoewel hij zich in een Libanees dorp had kunnen blijven verschuilen, is hij naar België gekomen om zich in een rechtbank te verdedigen tegen de aanklachten die het politiek establishment had verzonnen om hem in diskrediet te brengen. Hij heeft veel gedaan waar ik respect voor kon opbrengen.

Maar de voorbije maanden is hij te ver gegaan en ik kan hem niet langer verdedigen. De rechtstreekse aanleiding voor deze verandering van mijn standpunt is een blogpost van 16 oktober 2017, die ik hier overigens letterlijk en zonder weglatingen of aanvullingen citeer.

“The Iraqi army entering Kirkuk is as legitimate as the Belgian army in Antwerp. Kirkuk is part of Iraq just like Antwerp is part of Belgium. What Barazani thinks about Iraq is as meaningless in this as what Bart De Wever thinks about Belgium. What the leftist PKK-cheerleaders in the west think about Kurdish independence is as meaningless in this as what a bunch of drunk skinheads in a café in Latvia think of Flemish independence.”

Dit standpunt is om zo veel redenen fout dat ik niet goed weet waar te beginnen, maar dat is geen excuus om het te negeren. Ik zal alle denkfouten en andere misvattingen dan maar chronologisch overlopen.

“The Iraqi army”. Wat is het leger van Irak eigenlijk? Het Iraakse leger is grotendeels voorzien van training, materiaal en ondersteuning door de VS. Is de VS dan plots de beste en betrouwbaarste bondgenoot? Niet echt, denk ik zo. Het Amerikaanse leger heeft immers de voorbije jaren ook de Koerdische strijdkrachten ondersteuning geboden. Het komt er dus op neer dat twee gewapende groepen tegen elkaar beginnen te vechten met wapens die ze beide van dezelfde leverancier hebben ontvangen.

“The Belgian army in Antwerp”. Er lopen inderdaad wat Belgische soldaten rond in Antwerpen. Officieel zijn ze daar om de bevolking te beschermen tegen terroristische aanslagen, maar in de praktijk is dit natuurlijk meer propaganda van een regering die wil bewijzen dat ze de veiligheid kan garanderen. Het punt is echter dat de Belgische para's daar niet zijn tegen de wil van de lokale bevolking. Hun aanwezigheid wordt niet gecontesteerd door het provinciebestuur, het stadsbestuur of de meerderheid van de bewoners. Dat is in Iraaks Koerdistan wel anders.

“Kirkuk is part of Iraq”. Wat is Irak eigenlijk? De grenzen van al die voormalige koloniale gebieden zijn niet door de bewoners zelf getrokken. De Britten, ooit overheersers van zowat de helft van de planeet, hebben hun kolonies in het Midden-Oosten onafhankelijkheid geschonken, maar hebben, overigens samen met de Fransen, de grenzen zo getrokken dat er in elk land wel gegarandeerd etnische onenigheid zou blijven bestaan. Op die manier konden ze er zeker van zijn dat de nieuwe, onafhankelijke naties nooit voldoende interne eenheid zouden bereiken om zich sterker op te stellen tegen de economische dominantie van het Westen. Is dat dan een situatie die Abou Jahjah tegenwoordig verdedigt?

“the leftist PKK-cheerleaders in the west”. Waar slaat dit nu op? Ten eerste beweerde Abou Jahjah tot voor kort stelselmatig dat hij zelf links is. Blijkbaar is hij daar nu minder trots op. Ten tweede pleitte Abou Jahjah steeds voor internationale solidariteit. Die bereidheid tot solidariteit vond hij meestal onder linkse mensen. Waarom heeft hij daar nu dan een probleem mee? Ten derde wordt Iraaks Koerdistan niet eens bestuurd door de PKK, wat een Turkse organisatie is. De meeste mensen in dit land die zich solidair verklaren met het lot van de Koerden zijn geen blinde aanhangers van de gevangene met de grote snor, maar willen gewoon dat de eeuwenlange onderdrukking van een bevolkingsgroep ten einde komt. Deze formulering is gewoon tendentieus en bedoeld om de standpunten van voorstanders van Koerdische autonomie in Irak te ondermijnen door hen te linken aan de naïviteit van cheerleaders en het Stalinistisch verleden van Öcalan.

“ as meaningless in this as what a bunch of drunk skinheads in a café in Latvia think of Flemish independence”. Hij bedoelt dat mensen die veraf wonen zich eigenlijk niet moeten moeien of geen relevante mening over de kwestie kunnen hebben. Mij niet gelaten, maar Abou Jahjah is, naar keuze, een Libanees of een Belg die niets met Koerdistan te maken heeft. Hieruit volgt dat zijn eigen standpunt volgens hemzelf dus ook geen waarde heeft. We zullen het onthouden voor het volgend moment waarop hij ons vraagt de ver van hier wonende Palestijnen te steunen in hun strijd tegen de zionistische bezettingsmacht.

De belangrijkste vraag is natuurlijk waarom Abou Jahjah zich op die manier tegen de Koerden uitspreekt. Uiteindelijk beantwoorden de Koerden aan wat hij zelf altijd heeft gepropageerd. Het is een bevolkingsgroep die zich onafhankelijk wil opstellen tegenover het Westen, die geen dicators meer wil tolereren en die voor gelijkheid pleit, zowel tussen sociale klassen als tussen mannen en vrouwen. Blijkbaar is er ergens een argument dat sterker doorweegt. Ik waag me aan een hypothese.

Vroeger streefde Abou Jahjah naar een internationale multiculturele beweging die tolerantie verdedigde en zich afzette tegen alle vormen van racisme en discriminatie. Hij probeerde allerlei groepen te verenigen en waagde zich zelfs aan een alliantie met de PVDA. Nu heeft hij die plannen blijkbaar opgeborgen. Zijn nieuwe streefdoel is een politieke partij voor en door Belgische allochtonen met een islamitische achtergrond die volledig losstaat van de traditionele, uiteraard door blanken gedomineerde, politieke machtspartijen. Op zich mag dat van mij, maar de vraag is welke principes hij daarvoor overboord moet gooien.

De linkse accenten zijn in elk geval verdwenen. Hij omringt zich tegenwoordig met Turkse nationalisten en reactionaire macho's die de gelijkheid tussen man en vrouw of de vrijheid van godsdienst niet hoog in het vaandel dragen. Om zijn nog op te richten allochtonenpartij van de grond te krijgen, wil hij zich blijkbaar associëren met mensen die de reeds bestaande spanningen in onze samenleving nog willen versterken.

Zijn omgang met Turkse nationalisten maakt natuurlijk meteen duidelijk waarom de Koerdische onafhankelijkheidsbeweging en bijgevolg de Koerdische strijders tegen IS niet op hem kunnen rekenen. Zij hebben zijn vroegere principes nochtans meer in de praktijk gebracht dan de mensen waarmee hij zich nu omringt.

Blijkbaar mogen de Palestijnen zich wel verzetten tegen de Israëlische onderdrukking, maar mogen de Koerden zich niet afzetten tegen de electoraal bekrachtigde dictatuur van de AKP en haar oppergangster Erdogan. Blijkbaar is het prima voor verafgelegen streken een dubbele moraal te hanteren. Wat de Palestijnen mogen, mogen de Koerden niet.

Onder deze omstandigheden kan ik geen sympathie voor Abou Jahjab meer hebben. Om te bewijzen dat ik geen naïeve cheerleader van de PKK ben, wil ik dit zelfs onderbouwen met een aantal argumenten die volgens mij moeilijk te weerleggen vallen.

Ten eerste worden de Koerden wel degelijk onderdrukt. In Turkije is de behandeling als tweederangsburgers een zeer oud probleem. In Irak was het veel erger dan toen Saddam Hoessein nog aan de macht was, maar dan vooral omdat de dictator, in tegenstelling tot de huidige Iraakse regering, wel degelijk het hele land onder de knoet kon houden. In Syrië is de situatie wat chaotischer, maar als ik het goed begrijp, wil de regering van Al-Assad zowat iedereen onderdrukken.

Ten tweede hebben de Koerden ons nooit iets misdaan. Wij hebben geen last van de Koerden. Over de Turkse nationalisten kan hetzelfde niet worden beweerd. De Koerden zijn niet anti-Europees en beschouwen ons niet als hun vijanden.

Ten derde vechten de Koerden momenteel tegen mensen die wel als onze vijanden beschouwen, te beginnen met IS. We mogen blij zijn dat zij zich zo goed hebben verdedigd, want hierdoor hebben ze ons zeer goed geholpen.

Ten vierde zijn de Koerden, algemeen gesproken, te vinden voor een meer linkse samenleving dan in het Midden-Oosten de gewoonte is. Vooral op het vlak van gelijkheid kunnen velen er nog iets van leren. Dit geldt zeker in Rojava, maar ook in Oost-Turkije. Aangezien ik zelf linkse overtuigingen heb, zie ik niet in waarom ik hun inspanningen niet zou steunen.

Ten vijfde gebruiken al die Koerdische verzetsbewegingen, in tegenstelling tot veel anderen in het Midden-Oosten, geen religieuze excuses om een maatschappelijke orde te rechtvaardigen. Officieel is de meerderheid islamitisch, maar daar valt in de praktijk weinig van te merken. De organisaties die de gewapende strijd voeren, gebruiken geen religieuze symbolen of slogans. Als verdediger van de rede kan ik deze afwezigheid van religie enkel goedkeuren en aanmoedigen.

Ten zesde omvatten de Koerdische strijdkrachten ook vrouwelijke strijders, wat niet met het standaardbeeld van een strikt gesheiden islamitisch mannenleger overeenkomt. Als verdediger van gendergelijkheid zie ik de Koerden als een voorbeeld voor de hele regio, die al sinds mensenheugnis door machismo wordt verziekt.

Ten zevende zijn de vijanden van een Koerdische staat niet bepaald mijn vrienden. De Iraakse regering heeft in mijn ogen niet de nodige legitimiteit. De Syrische regering wordt beschuldigd van diverse oorlogsmisdaden. De Turkse regering is een vermomde dictatuur die zich niet tot de eigen landsgrenzen beperkt en ook in ons land haar handlangers gebruikt om mensen van Turkse achtergrond te intimideren en tot gehoorzaamheid of stilzwijgen te dwingen.

Ten achtste zijn de huidige landsgrenzen van Irak een overblijfsel uit de koloniale periode. Er is eigenlijk geen enkele reden om de huidige indeling van het Midden-Oosten als een vaststaand gegeven te beschouwen. De mensen die de huidige grenzen in stand willen houden, doen dat vooral uit eigenbelang. Een afgescheurd Iraaks Koerdistan wordt door de Turkse nationalisten als een bedreiging beschouwd. Zodra ze de kans zien, zullen ze overigens ook een paar zwaarbewapende legerdivisies naar Syrisch Koerdistan sturen om de plaatselijke bevolking te onderwerpen of af te slachten. Ik zie niet in waarom ik een dergelijk beleid zou moeten steunen.

Op basis van deze argumenten en vooral het gebrek aan waardevolle tegenargumenten kan ik enkel met een berustende schouderophaling stellen dat Abou Jahjah ooit een veelbelovende rebel in een te kleurloos politiek landschap was, maar dat hij zijn eigen positie met zijn anti-Koerdische houding te zeer ondermijnt om nog geloofwaardig over te komen.

Geef commentaar

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.

Filtered HTML