Malcolm ging naar: het Rebellion Punk Festival in Blackpool

2015-08-14

Het is niet mijn gewoonte deze blog te gebruiken om recensies te schrijven. Tenslotte zijn alle recensies momentopnames die door persoonlijke smaak en omgevingsfactoren worden gekleurd. Maar aangezien ik vorig weekend, na een jarenlange pauze, weer eens een paar dagen op het grootste punkfestival ter wereld heb doorgebracht, wil ik nog wel enkele bedenkingen met de wereldbevolking delen. Men moet hier, geheel in overeenstemming met het genre, natuurlijk niet te veel van verwachten. Het zijn gewoon wat impressies voor de vele mensen die er om een of meerdere redenen niet konden bij zijn.

Meest tijdverslindende interactie met het publiek:
Anti-Flag. Tijdens slotnummer 'Die for your government' werd plots het hele drumstel ontmanteld en door roadies en fans naar het midden van de zaal verplaatst. Eenmaal de drumkit, inclusief microfoons en kabels, op die plek volledig was opgesteld, kwamen de andere muzikanten er ook aan. Omsingeld door een dolenthousiast publiek hebben ze de laatste strofe en het laatste refrein van het nummer gespeeld, wat ongeveer 90 seconden heeft geduurd. Daarna werd heel het boeltje weer opgeruimd.

Meest overtuigende '77-act die nog steeds hetzelfde niveau haalt:
TV Smith and the Bored Teenagers. Het is misschien een Spaanse begeleidingsband, maar daar valt niets van te merken. Ze zijn trouwens ook beter dan The Valentines, de Italiaanse band waarmee Smith ooit op het podium van Het Depot stond. TV zelf is trouwens nog steeds een podiumbeest met onverwoestbare stem.

Meest beweeglijke New Yorkers:
Sick of it all. Dit natuurlijk bij gebrek aan beter, maar het hele optreden was wel een serieuze brok energie. Ik ben alleen niet zeker of ze nu echt geloofden dat een publiek met een gemiddelde leeftijd boven 45 zich tot een wall of death zou laten opstoken.

Meest psychedelische freakout die men op een dergelijk festival niet zou verwachten:
Evil Blizzard. Als Butthole Surfers Hawkwind op paddestoelen is, is Evil Blizzard Stonerrock op slechte LSD.

Meest authentieke oldschool Oi!-band:
Red Alert. Met ook de bindtekst: “I'm not skinny, I'm athletic.” Daar moet ik zelf ook maar mijn motto van maken.

Meest Japanse band:
System of Hate. Ze beantwoorden trouwens aan het clichébeeld dat Japanners enkel Westerse voorbeelden na-apen. Met de ogen dicht klonk het precies zoals men van een derderangs streetpunkband uit de UK zou verwachten.

Meest amuzikale band op de affiche:
The Misfits. Ze bevonden zich duidelijk alledrie in hun eigen wereldje. Iedereen speelde wel telkens dezelfde song, maar dan wel elk op een zelfgekozen tempo. Het blijft me trouwens verbazen hoe Jerry Only erin slaagde zijn eigen songs op bas zo snel te spelen dat hij het tempo als zanger zelf niet meer kon volgen. Een kleine hersenprikkel naar zijn armen en handen had voor de nodige synchronisatie kunnen zorgen, maar iets zegt me dat die verbindingen al lang niet meer intact zijn.

Meest verrassend strak spelende band:
Drongos for Europe. In België krijgen we ze enkel te zien in kraakpanden met een dubieuze geluidsinstallatie, maar op een degelijke p.a. klinkt dat dus fantastisch.

Meest irrelevante oldschool Oi!-band:
Section 5. Alle songs werden trager gespeeld om de oude zakken op het podium de kans te geven nog te kunnen volgen. Dit geldt ook voor de zanger, die duidelijk “skinny” noch “athletic” is. De meest hilarische song was getiteld “Oi! Not politics”, een pleidooi om zich gewoon samen te amuseren en niet over gevoelige onderwerpen te discussiëren, waarop uiteraard een kleine vechtpartij in de zaal losbarstte.

Meest langdradige zanger:
Dave Dictor (MDC). Denkt er nu echt iemand de sfeer erin te kunnen brengen door minutenlang te praten over de inhoud van een song die zelf minder dan een minuut duurt?

Meest tijdrovende zoektocht naar een microfoonkabel:
Monkey (The Adicts). Komt ervan als men zijn statief zo vol lintjes en andere versieringen hangt dat het ding uiteindelijk omvervalt.

Meest geziene T-shirts in het publiek:
3. Gimpfist 2. The Damned 1. Dirt Box Disco

Meest beluisterbare onbekende band op de New Band Stage:
Mick O'Toole. Houd dit zeker in de gaten. Het klinkt als The Pogues op speed maar zonder kater. Sympathiek en veelbelovend.

Meest hilarische meezingmoment:
“We are the wankers” (Hardskin). Officieel gaat het over de Engelse politie, maar het blijft hilarisch 400 punks het refrein te horen meebrullen.

Meest vernieuwend klinkende band:
The Membranes. Ze gaan eigenlijk al lang mee, maar het klinkt nog steeds even creatief. De bezetting is voor 60 percent identiek aan Goldblade, maar kan hier voor de rest langs geen kanten mee worden vergeleken.

Meest het publiek omverblazende tieners op het podium:
Maid of Ace. Vier piepjonge zusjes die perfect op elkaar zijn ingespeeld en die klinken als een kruising tussen L7, Cosmic Psychos en Joan Jett. Wie dit kan zien, moet het doen en wie dit ziet, is meteen overtuigd. Dit is misschien wel de band met het grootste potentieel om ook buiten het punkcircuit succes te boeken en volgens mij kan Engeland ook na 1066 nog vanuit Hasting worden veroverd.

Meest bewegingloze zanger:
Johnny Moped. Ik ben er vrij zeker van dat hij tijdens meerdere nummers zelfs geen vingerkootje heeft bewogen. Nu ja, dat zou natuurlijk meer hersencellen vergen dan hij er nog overheeft.

Meest Aziatisch klinkende ska:
King Prawn. De zanger klinkt alsof hij naast het podium een nachtwinkel uitbaat, wat niet direct met de door het genre opgeroepen verwachtingen overeenkomt.

Meest verwarrende uiterlijk:
De zangeres van Paranoid Visions. Ik ken haar naam zelfs niet, maar het was zeer moeilijk het onderscheid te maken tussen de gele lintjes aan haar pet, haar lange gele dreadlocks en de (namaak-)gouden kettingen rond haar nek.

Meest indrukwekkende individuele song die tijdens het festival is gespeeld:
'Witchhunt” (The Mob). Het optreden was niet foutloos, maar deze oude single klonk beter dan ooit tevoren, studio-opnames inbegrepen.

Meest teleurstellende '77 punkband:
The Avengers. Dat klonk zelfs te soft voor Studio Brussel en dat wil de laatste jaren al veel zeggen.

Meest als een slechtere versie van The Usual Suspects klinkende band:
PAIN. Hetzelfde geldt overigens in mindere mate voor The Restarts, maar die hebben ons tenminste de ellende van een incompetente zangeres bespaard.

Meest Belgische band op de affiche:
Funeral Dress. Gezien het hoge aantal buitenlandse bezoekers vind ik het nogal belachelijk dat de affiche telkens weer volstrekt anglocentrisch is. Met uitzondering van een paar Amerikanen is er blijkbaar amper ruimte voor niet-Britse bands. En dat moet dan een ontmoeting van 4000 ideologische antinationalisten voorstellen.

Meest verrassende afwezigheid van grijze haren:
The Partisans. Goed, er zijn maar twee originele leden meer bij, de latere gitarist van Transvision Vamp en Bush om een of andere reden niet inbegrepen, maar toch zien ze er allemaal nog verbijsterend jeugdig uit.

Meest oorverdovende band:
Chaos UK. Again. Het was overigens zeer moeilijk het onderscheid tussen de diverse nummers te maken. Voor de meeste mensen leek het alsof ze slechts een, sporadisch door feedback onderbroken, song van 45 minuten hebben gespeeld.

Meest aan de omstandigheden aangepaste kapsel:
De geverfde baard. Ook oude punks worden kaal. Er zijn echter mogelijkheden om de schijn van de vroegere haartooi nog hoog te houden.

Meest van zijn troon gevallen voormalige topact:
Gang of Four. Slechts een enkel origineel groepslid blijft nog over en dat kan het gebrek aan energie in de rest niet compenseren. De zanger ziet eruit alsof hij recht uit een documentaire uit de vroege jaren '80 is weggelopen, maar hij zou ook wel mogen proberen wat meer te zingen.

Meest metronomische drummer:
Dave Ruffy (Ruts DC). Dat was hij natuurlijk 35 jaar geleden ook al.

Meest succesvolle band:
Sham 69. Als we op de reacties van het publiek mogen afgaan, tenminste. Maar ja, waar zouden we anders op moeten afgaan?

Meest gesmaakte cameo tijdens een akoestisch optreden:
Leigh Heggarty (Ruts DC). Zijn bijdragen aan de drie laatste songs van TV Smith waren zeer te pruimen.

Meest gesmaakte cameo tijdens een regulier optreden:
Maggie Dunne. Zo heb ik toch nog eens “XXSex” van Fuzzbox live horen spelen met de originele zangeres erbij. Dat ik dat nog heb mogen meemaken.

Meest hypocriete bindtekst:
Bob Geldof (The Boomtown Rats). Zijn punt van kritiek was dat heel wat mensen in het publiek allemaal hetzelfde droegen, namelijk een zwart T-shirt met de opdruk van een band erop. Volgens hem was dit een conformistisch punkuniform waar hij niets mee te maken wilde hebben. En wat verkochten ze aan de merchandisingstand achteraan in de zaal? Zwarte T-shirts met een opdruk van The Boomtown Rats. Daar was hij ongetwijfeld ook ongelooflijk tegen gekant.

Meest hatelijke aanwezige op het festival, met uitzondering van niemand:
Garry Bushell. Waarom denkt die mens nu eigenlijk dat hij na alle ellende die hij heeft veroorzaakt nog welkom zou zijn? En wat bezielt de organisatie hem of zijn protégés een podium voor hun schijnheiligheid te bieden? Dat is trouwens niet enkel mijn mening. Heel wat artiesten en medewerkers vroegen zich luidop af wat die fencewalker daar eigenlijk te zoeken had.

Meest bejaarde podiumbeest:
Charlie Harper (UK Subs). 71 is hij ondertussen, maar dat maakt niet uit. Zou hij ooit nog besluiten dat het tijd voor iets anders in zijn leven is? Zoals wat? Ook op de affiche: Arthur Brown, die nog twee jaar ouder is, maar die helaas niet meer als een echt podiumbeest overkomt.

Saaiste interviewer:
Alex Ogg. Aangezien ik zijn boek heb gekocht, hoop ik dat hij beter kan schrijven dan praten. Ik verwacht toch meer dan de vraag “Tell us how it was like when your band started?” Werkelijk? Kan ik dat antwoord al niet op voorhand verzinnen? Ze waren jong, onervaren, hadden geen degelijke instrumenten en moesten in de garage van de ouders van de gitarist repeteren, waarbij ze vooral covers speelden want er waren nog geen eigen nummers. Zoek nu zelf maar een groep waarop dit niet van toepassing is en bedenk vervolgens een interessantere vraag die de interviewer op die tijd wel had kunnen stellen.

Minst lang op het podium blijvende zanger:
John Robb (Goldblade). Hij kwam op, keek even rond en sprong onmiddellijk richting toeschouwers. Volgens mij heeft hij zelfs geen 40 seconden op het podium gestaan.

Meest overtuigende liveband tijdens het festival:
Subhumans. Dat is natuurlijk geen verrassing. Podiumplaatsen zijn er ook voor Chaos UK, Zounds, Drongos for Europe, Hardskin en Maid of Ace. Mijn podia zijn altijd groot.

Eervolle vermeldingen zonder superlatieven:
Uithangbord bij café: “Nice Sunday roast. Served daily.”
Uithangbord bij muziekwinkel: “Stimulating talent, jazz and creative music”. Ik ben blij dat ook in Blackpool het besef is doorgedrongen dat talent, creativiteit en jazz niet samen gaan.

Geef commentaar

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.

Filtered HTML