Malcolm ontmaskert: een subtiele manouevre van kapitalistisch gespuis

2013-10-03

Op donderdag 3 oktober 2013 heeft een zekere Griet Coppé, een verpleegster uit Roeselare die op een onbewaakt ogenblik door het stemvee tot lid van het Vlaams Parlement is verkozen, een parlementaire vraag gesteld aan minister Van den Bossche, onder meer bevoegd voor het woonbeleid in het Vlaamse Gewest.

De minister heeft in haar antwoord brandhout gemaakt van de uitgangspunten die aan de basis van de vraag lagen, maar daar gaat het nu even niet om. Wie de tekst van de vraagstelling zelf aandachtig leest, zal merken dat er hier een zeer subtiel spelletje wordt gespeeld. Hoewel ik op dit vlak nooit echt neutraal kan worden genoemd, zie ik hier achter de schermen de hand in van een paar gewetenloze lokale zakkenvullers. Ik ben er zelfs niet zeker van dat onze West-Vlaamse backbencher zelf beseft dat ze wordt gemanipuleerd.

Om duidelijk te maken waarover het gaat en om te bewijzen dat ik niemands woorden verdraai, stel ik voor dat we eerst eens kijken naar de volledige tekst van de vraag zoals die in het Vlaams Parlement is uitgesproken:

“Voorzitter, wie van een slechte, onaangepaste woning naar een goede, aangepaste woning verhuist, komt in aanmerking voor een tegemoetkoming in de huurprijs. Dit is een van de mogelijkheden om de Vlaamse huursubsidie te kunnen ontvangen. De subsidie bestaat uit twee delen, namelijk een maandelijkse huursubsidie en een eenmalige installatiepremie. De woning die de huurder verlaat, is door de burgemeester onbewoonbaar, ongeschikt of overbewoond verklaard. De Vlaamse huursubsidie bedraagt gedurende maximaal negen jaar maximaal 230 euro per maand.

Spijtig genoeg, krijg ik nu signalen uit de praktijk dat de Vlaamse huursubsidie een pervers effect zou hebben. Om aan voldoende strafpunten te komen, zouden mensen zelf in hun woning aan de slag gaan. Door zelf schade toe te brengen, zorgen ze ervoor dat het om een slechte woning gaat en dat ze in aanmerking komen om van de Vlaamse huursubsidie te genieten.

Een geregistreerd huurcontract met een geregistreerde plaatsbeschrijving biedt geen soelaas. Als de administratie controles uitvoert, wordt niet naar het begin van het huurcontract en naar de plaatsbeschrijving gekeken.

Het werkveld is vragende partij om met de plaatsbeschrijving rekening te houden en op die manier wantoestanden te voorkomen. Het kan natuurlijk onmogelijk de bedoeling zijn dat een huursubsidie wordt toegekend indien de woning zelf is aangepast om in aanmerking te komen. Om die reden is het aangewezen de aan de huursubsidie verbonden voorwaarden aan te passen. De huurder mag zelf niet aan de basis van de onbewoonbaar- of ongeschiktverklaring liggen.

Minister, bent u op de hoogte van dit probleem? Is dit probleem reeds door de administratie gesignaleerd? Bent u bereid de voorwaarden aan te passen en eventueel rekening met de plaatsbeschrijving bij de aanvang het huurcontract van de eerste woning te houden?”

Op het eerste gezicht klinkt dit allemaal zeer redelijk, zoals van een gematigd parlementslid van een centrumpartij mag worden verwacht. Uit een paar zinsnedes blijkt echter dat er meer aan de hand is.

Ten eerste, het is totaal onmogelijk met een paar eigen ‘aanpassingen’ voldoende strafpunten te verzamelen om onterecht aan een huursubsidie te geraken. Daarvoor moeten er al vocht- of stabiliteitsproblemen zijn. Daar kan een doe-het-zelver die wat stopcontacten uit de muur trekt om een onveilige indruk te wekken niet zo maar zelf voor zorgen. Mevrouw Coppé, van 2006 tot begin 2013 toch niet minder dan voorzitter van de Sociale Huisvestingsmaatschappij De Mandel, zou dit ook moeten weten [1]. Ik zie niet direct een schrandere misbruiker van het systeem met de drilboor steunmuren weghalen. Het risico is immers te groot dat hij de dag nadien verpletterd door neergestorte steunbalken zou worden teruggevonden. Elke psycholoog zal bevestigen dat fraudeurs per definitie niet suïcidaal zijn [2].

Ten tweede, blijkbaar is “het werkveld” vragende partij om deze schandalige wantoestanden aan te pakken. Wie dit dan precies zijn, wordt niet verduidelijkt. Bovendien blijkt uit het antwoord van de minister dat zij ook al niet weet wie hier dan om zou vragen. Maar in het licht van de inhoud van de tekst kan het eigenlijk enkel om verhuurders gaan. Dat die paar verhuurders die mevrouw Coppé hebben aangesproken onmiddellijk de status van een heel ‘werkveld’ krijgen, zal hun ego zeker goed doen. Het is natuurlijk gemakkelijk op die manier te pretenderen dat de hier vertolkte mening volledig representatief is voor al wie in de sector actief is.

Ten derde, wat dit werkveld vraagt, houdt eigenlijk in dat de Vlaamse administratie rekening moet houden met door huurders aangebrachte schade bij de beoordeling of iemand in de toekomst al dan niet recht op een huursubsidie heeft. Ik denk dat hier de aap echt uit de mouw komt. Volgens mij is dit zuiver revanchisme.

Als een woning in slechte staat is, zijn huurders al minder geneigd daar zelf veel moeite voor te doen. Ze zullen zich niet verplicht voelen de afgetakelde woning zelf te onderhouden. De kans is zelfs groot dat de woning er na hun vertrek nog afgeleefder dan voorzien uitziet. Op zich zint dat de verhuurders natuurlijk niet, maar als ze dan ook eens merken dat de vertrekkende huurders na hun verhuis recht op een huursubsidie hebben, wordt het hen helemaal te veel. Deze parlementaire vraag is enkel bedoeld om huurders onder druk te zetten om hun woning, zelfs al was ze al in slechte staat, toch niet verder te beschadigen. Daarover gaat het hier.

In mijn titel verwijs ik echter naar ‘kapitalistisch gespuis’. Hoe weet ik nu dat het over dergelijke gewetenloze figuren gaat? Wel, het is simpel. Het gaat enkel om woningen in slechte staat. Als er met de woning niets aan de hand is, is de hele discussie zonder voorwerp. Dit gaat enkel om woningen met ernstige problemen die toch te huur worden aangeboden en die nadien door de huurders niet goed worden onderhouden. Volgens mij biedt enkel kapitalistisch gespuis woningen aan die niet aan de verwachtingen en de voorschriften voldoen.

Natuurlijk is dit op zich geen wereldschokkende gebeurtenis en na het antwoord van de minister zullen we van deze parlementaire vraag niet veel meer horen. De kern van de zaak is echter dat we altijd klaar moeten staan om ogenschijnlijk onbelangrijke, onschuldige en een rationele indruk wekkende vragen en voorstellen met een oplettende blik te analyseren. De vijand is overal en gebruikt veel vermommingen.

 -----------------

[1] Kijk, ik ben braaf vandaag. Ik beschuldig haar niet eens onmiddellijk van incompetentie. Wie meer over deze voetnoet in een ongelezen boek over de geschiedenis van een weinig boeiend onderwerp wil weten, kan terecht op deze site.

[2] Kort samengevat, zien suïcidale mensen niet in waarom ze verder zouden blijven leven. Dit houdt natuurlijk in dat ze ook geen toekomstplannen maken, bijvoorbeeld om door middel van fraude nog wat inkomsten te genereren. Waar zouden ze dat geld voor gebruiken? Om scheermesjes te kopen?