Malcolm ontmaskert valse begrippen, deel 5: “het hoofddoekenverbod”

Dinsdag 13 maart 2018

In deze reeks probeer ik een aantal valse begrippen te ontmaskeren en eerlijker of correcter alternatieven te suggereren. De volgorde waarin de begrippen aan bod komen, is vrij toevallig gekozen en moet niet als een rangorde worden geïnterpreteerd. De vijfde aflevering in de reeks betreft een discussie die al jaren aansleept zonder enig zicht op een bevredigend resultaat.

Het gebruik van een vals begrip is in mijn ogen niet hetzelfde als een vergissing. Het gaat hier wel degelijk om woorden en uitdrukkingen die moedwillig, met voorbedachten rade en om zuiver ideologische redenen verkeerd worden gebruikt om de indruk te wekken dat een bepaald politiek standpunt eigenlijk een objectieve en rationele vaststelling is. Ik heb het hier, met andere woorden, over subtiel verborgen propagandaboodschappen die zo wijdverspreid worden gebruikt dat velen niet meer beseffen dat ze de werkelijkheid niet correct weergeven.

Vals begrip: hoofddoekenverbod
Aanverwante terminologie: verbod op religieuze en levensbeschouwelijke symbolen

Valse betekenis: In de islamitische wereld worden vrouwen onderdrukt. In Westerse landen hebben vrouwen natuurlijk allerlei wettelijk beschermde rechten, maar in huiselijke of familiale kring worden hen nog steeds allerlei verplichtingen of verboden opgelegd die hen in een ondergeschikte positie houden. Het meest zichtbare en om die reden ook meest besproken symbool hiervan is de hoofddoek. Veel politici in Westerse landen vinden dat de hoofddoek moet worden verboden. Sommigen zijn ervan overtuigd dat ze de betrokken vrouwen kunnen helpen in hun emancipatiestrijd door hun vaders en echtgenoten te verbieden hen dergelijke verplichtingen op te leggen. Anderen zien een verbod om in het openbaar een hoofddoek te dragen dan weer als een ideaal wapen in de strijd tegen wat zij de islamisering van onze maatschappij noemen.

Echte betekenis: De hoofddoek bestaat natuurlijk al lang en dat niet enkel in de islamitische wereld. Ooit was het zowat overal ter wereld de gewoonte dat vrouwen hun hoofd bedekten. Dit blijkt uit talrijke schilderijen uit het verleden of uit de kledingvoorschriften van allerlei folkloristische gezelschappen in het heden. Hetzelfde geldt overigens voor mannen. Bijna alle weergaven van traditionele klederdracht omvatten ook een hoofddeksel.
In het Midden-Oosten is de traditie in elk geval ouder dan de islam zelf. Hoewel het voor woestijnreizigers in snikhete regio’s aanbevolen is het hoofd te bedekken om een zonneslag te vermijden, is de hoofddoek voor vrouwen in de Arabische wereld van oorsprong meer een symbool dan een functioneel hoofddeksel. De hoofddoek duidde initieel op een onderscheid tussen vrouwen van losse zeden en respectabele vrouwen. Het ironische is dat de verplichting een hoofddoek te dragen in eerste instantie een verbod was om een hoofddoek te dragen, meer bepaald voor prostituées. Enkel vrouwen die niet in de sector der lichamelijke dienstverlening werkten, mochten een hoofddoek dragen. Later is de boodschap enigszins verschoven. Vrouwen zonder hoofddoek worden nog steeds als prostituées bestempeld, maar voor andere vrouwen is de toelating een verplichting geworden.
De hoofddoek is in feite geen islamitisch symbool, maar een symbool uit de oudste tradities van het Midden-Oosten waarvan de geschiedenis kan worden getraceerd tot in de tijd van Babylon, 3700 jaar geleden de grootste stad ter wereld. De islam heeft dit symbool gewoon overgenomen, net zoals de christenen de heidense feestdag Samhain hebben overgenomen en tot Allerheiligen hebben omgedoopt.
De basisidee van een verbod op duidelijke religieuze symbolen kan nog worden geïnterpreteerd als een consequente uitvoering van de ideeën van de Verlichting en van de Franse revolutie. Het verbod wordt dan ook nergens zo strikt opgelegd als in Frankrijk, een land dat trotser is op zijn seculiere staatsstructuur dan op zijn vele recepten voor kikkerbillen of wijngaardslakken.
Men zou kunnen stellen dat godsdienst in een seculiere staat een private aangelegenheid is die niet thuishoort in de publieke ruimte. Indien mensen thuis op een matje willen knielen om te bidden, is dat hun zaak, maar om conflicten te vermijden, is het beter dat iedereen zich in het openbaar onthoudt van religieuze activiteiten. Het dragen van een symbolisch kledingstuk kan dan als een activiteit worden beschouwd. Het is een statement, vrij te vertalen als ‘Ik ben een traditionele moslim’.
Veel politici willen zich hiertoe echter niet beperken. Ze beseffen dat een verbod op dit ene symbool tegelijkertijd de religieuze discussies niet zal beëindigen en discriminerend is ten aanzien van een welbepaalde groep traditiegevoelige of gelovige mensen. Om die redenen pleiten ze vaak voor een totaalverbod op religieuze of levensbeschouwelijke symbolen, in het bijzonder voor mensen die een openbaar ambt bekleden. Dit is echter om vijf redenen een gevaarlijke stap.
Ten eerste valt het helemaal niet te bewijzen dat iemand die een hoofddoek, halsketting met kruisje of tatoeage van een Davidsster draagt per definitie niet objectief kan zijn tijdens de uitoefening van een openbare functie. Daarenboven valt nog veel minder te bewijzen dat iemand die geen symbolen van religieuze aard draagt wel degelijk objectief zal zijn. Dat iemand zijn hoofddoek thuislaat, betekent overigens allerminst dat die persoon tegelijkertijd al haar overtuigingen en principes thuislaat.
Ten tweede valt het misschien wel te verkiezen dat iedereen zijn overtuigingen aan de hand van symbolen uitdraagt. Op die manier weet iedereen tenminste wat voor vlees hij of zij in de kuip heeft. In een echt vrije samenleving, officieel het streefdoel van al die tegenstanders van de islam, zou iedereen zijn standpunten vrijelijk moeten kunnen uiten en dat kan onder meer aan de hand van symbolen.
Ten derde levert het creëren van grenzen automatisch grensgevallen en de bijbehorende discussies op. Wat moet nu al dan niet als een religieus symbool worden beschouwd? Vanaf wanneer is een oorring met een kruisje een verwijzing naar de kruisiging van Christus en vanaf wanneer is het geen simpel sieraad meer? Vanaf wanneer is een halsketting met de beeltenis van een heilige een teken van het katholieke geloof in het irrationele en vanaf wanneer is het geen erfstuk van de reeds lang overleden grootmoeder meer? Vanaf wanneer is de draagster van een hoofddoek een moslima en vanaf wanneer is ze niet gewoon een kankerpatiënte die de destructieve effecten van de chemotherapie op haar haardos wil verbergen? Moet een of andere officiële instantie de beweegredenen van elk individu controleren of laten we dat best aan woedende volksmenigten over?
Ten vierde gaat het officieel om religieuze en levensbeschouwelijke symbolen, maar wat valt nu precies onder religie of levensbeschouwing? Ook hier valt de grens niet altijd even gemakkelijk te trekken. Valt de weigering varkensvlees te eten onder religieuze voorschriften of onder maatschappelijke taboes, te vergelijken met het verbod in mijn eigen land om hondensaté of kattenragout op het menu te zetten? Is het standpunt dat de geldigheid van  theorieën wetenschappelijk moet worden bewezen een uiting van gezond verstand of een levensbeschouwing die zich tegen religieuze dogma’s afzet?
Ten vijfde is er nog het punt van de achterliggende motivatie. Op dit ogenblik staan de moslims in het middelpunt van de belangstelling om de simpele reden dat er regelmatig eentje zich opblaast of dreigt de ongelovige Westerlingen tot de laatste man te onthoofden. Dat is echter niet meer dan de huidige situatie en iedereen die de geschiedenis een beetje kent, weet dat situaties veranderen. Op wie zal de focus in de toekomst liggen? Het nadeel aan niet-discriminerende regels is dat ze effectief op iedereen van toepassing kunnen zijn. Indien een verbodsbepaling zo ruim wordt geformuleerd dat niemand zich gediscrimineerd kan voelen, kan dat verbod tegelijkertijd ook op iedereen van toepassing zijn. Nu zijn het de hoofddoeken van de moslims, maar volgend jaar zijn het misschien T-shirts van Greenpeace of bumperstickers tegen internationale handelsverdragen. Uiteindelijk opent een hoofddoekenverbod de deur voor een verbod op zowat elke uiting van een overtuiging of een standpunt. Onder het mom van consequent gedrag en algemeen geldende regels kan het iedereen worden verboden met zijn uiterlijk of kledij een standpunt in te nemen. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat dit misschien wel het einddoel van de belangrijkste verdedigers van het hoofddoekenverbod is. Als jongeren opgroeien in een samenleving waarin geen enkele vorm van afwijking te zien is, zullen ze er misschien niet aan denken dat de wereld eigenlijk ook anders zou kunnen worden georganiseerd. Op dat ogenblik heeft de elite haar ultieme doel bereikt, namelijk het punt waarop ze nooit meer in vraag wordt gesteld.

Gesuggereerd begrip: verbod op symbolen die de alleenheerschappij van de liberale pseudodemocratie tegenspreken
Aanvaardbare alternatieven: verbod op openlijke afwijzing van de maatschappelijke norm, verplichting persoonlijke standpunten voor zich te houden

Geef commentaar

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.

Filtered HTML