Malcolm sprak met: een Marokkaan

2012-10-04

Nu verwacht iedereen allicht dat ik hier een schrijnend verhaal over racisme, uitsluiting, genderdiscriminatie, kansenarmoede, maatschappelijke achterstelling, werkloosheid en religieuze intolerantie naar voren zal brengen. Wel, toch niet. Door een samenloop van omstandigheden zag ik me recent verplicht in Brussel een taxi te nemen. De chauffeur was uiteraard Franstalig, zoals zowat alle taxichauffeurs in de hoofdstad, en bovendien van allochtone afkomst, hoewel we dat volgens De Morgen niet meer mogen zeggen.

Tijdens de rit ben ik met de mens in gesprek verzeild geraakt. Best een sympathieke mens en vol van verhalen over zijn familie, onder meer over zijn grootvader die door de Fransen in 1940 was gedwongen in Europa tegen de Duitsers te komen vechten en dergelijke. Maar het werd pas echt interessant toen het over talenkennis en onderwijs ging.

De man kende amper een paar woorden Nederlands. Allicht reden genoeg voor onze rechtse partijen om hem te brandmerken als een onwillige, een profiteur en een werktuig van de grote verfransingsmachine. Alleen zat de vork anders in de steel. De man vond het namelijk bijzonder spijtig dat hij geen of amper Nederlands [1] kende. Hij wees er overigens op dat Brussel demografisch ondertussen een drietalige stad is en dat hij spijtig genoeg slechts twee van de drie talen in kwestie meester was.

De oorzaak van dit mankement was geen onwil en zelfs geen achterstelling van een etnische groep die niet de kans krijgt zich bij te scholen. Hij was tot 18 jaar naar school geweest. Hij had de lessen Nederlands bijgewoond. Hij was gemotiveerd om te leren. Alleen heeft hij gedurende al die jaren in het onderwijs van de Franse Gemeenschap in Brussel enkel en alleen leerkrachten Nederlands gekregen die er zelf niets van kenden. Het was blijkbaar zelfs zo erg dat die leerkrachten omwille van hun eigen onkunde in de klas zelf Frans moesten spreken. Praktijkoefening was er al helemaal niet. Geen enkele van die leerlingen heeft ooit de kans gekregen Nederlands te leren op de leeftijd waarop wij in Leuven of zelfs in Brussel Frans begonnen te leren.

Ik vind dit een ontnuchterende vaststelling en een zoveelste illustratie van de stelling dat alles valt of staat met een degelijk onderwijssysteem. Zo lang we dat niet aanpakken, zullen al die o zo fel aangeklaagde maatschappelijke problemen blijven bestaan. Ik heb medeleerlingen gekend die een heel jaar moesten blijven zitten omdat ze gebuisd waren op een vak als Latijn, een taal die ze, eerlijk gezegd, sowieso toch niet elke dag zouden gebruiken. Elders krijgen leerlingen een diploma zonder een jota te begrijpen van een taal die tot de hoofdvakken wordt gerekend. Wie twee maten en twee gewichten hanteert, zal op den duur met een ongelijkheid zitten. Voor die conclusie heb ik geen diploma nodig.

----------
[1] Over het onderscheid tussen het Nederlands, het Vlaams, het Brabants en het Brussels wil ik het nu niet hebben. U begrijpt zo ook wel wat ik met de term bedoel. De kern van de zaak is dat hij met zijn passagiers wel Frans moest spreken.