Over discriminaties in de uitzendsector

2010-10-15

Aangezien ik niet in overbodige herhalingen wil vervallen, zal ik me tot een korte inleiding beperken. Uit een recente reportage is nogmaals gebleken dat de uitzendsector actief en bewust allerlei mensen discrimineert. Ik hoop dat niemand denkt dat het enkel om de uitsluiting van allochtonen gaat. Als de vacature iemand betreft die dicht bij een directeur met een alfamannetjesmentaliteit staat, zal een man of een te oude vrouw de job niet krijgen. Als de vacature een positie betreft die haast zeker tot een vaste betrekking zal leiden, zal een te oud iemand, ondanks zijn ervaring, te duur blijken en geen kans maken.

De mensen die deze wantoestanden aanklagen, zijn echter niet bereid hun eigen redenering door te trekken en tot een fundamentele conclusie te komen. Ze blijven hameren op de overtredingen van de wet en van het charter[1] dat de uitzendsector zelf heeft opgesteld.

De mensen die deze wantoestanden trachten te minimaliseren, al dan niet omdat ze deze discriminaties eigenlijk wel willen ondersteunen of zelf toepassen, verwijzen steeds naar de wettelijk ingeperkte vrijheid van de ondernemer. Omdat een ondernemer zich aan allerlei regels en voorschriften moet houden, kan hij niet eens zelf beslissen wie de juiste persoon is om een bepaalde job uit te oefenen. Bij de selectie van nieuw personeel moet een ondernemer in het belang van zijn bedrijf echter streng kunnen zijn.

De uitzendkantoren verdedigen zich met de stelling dat ze discriminaties nooit zelf propageren. Het gaat steeds weer om individuele acties van consulenten die enkel op vragen van de klant ingaan. Blijkbaar zijn de begrippen ‘klant’ en ‘werkgever’ in de ogen van de uitzendkantoren meer synoniem dan de begrippen ‘klant’ en ‘ingeschreven werkzoekende’, maar dat is een heel andere discussie waar we nu even niet op zullen ingaan.

In mijn ogen dringen zich een paar conclusies op die veel mensen, inclusief de belanghebbenden in deze economische transacties, niet graag lezen.

Ten eerste, de uitzendkantoren moeten zich niet achter hun consulenten verschuilen. De consulenten begaan misschien de invididuele inbreuken en zijn misschien zelfs regelrechte racisten, maar hun handelwijze wordt in de eerste plaats bepaald door de druk waaronder zijn door hun eigen werkgever worden geplaatst. In veel uitzendkantoren en vergelijkbare werkomgevingen wordt personeel niet beoordeeld op basis van de kwaliteit van het door hen geleverde werk, maar op basis van de kwantiteit, in het bijzonder de mate waarin ze nieuwe klanten werven en oude klanten behouden. In veel gevallen hangen de premies die ze nodig hebben om hun loon enigszins aanvaardbaar te maken rechtstreeks af van de omvang van het door hen beheerde klantenbestand en van de verhouding tussen deze omvang en de omvang van de klantenbestanden van hun collega’s. Ik vraag me dan ook af waarom het iemand zou verbazen dat die mensen ingaan op vragen van ondernemers om discriminerende criteria te hanteren.

Misschien is het niet gezond voor de samenleving dat werknemers binnen eenzelfde bedrijf met elkaar in competitie moeten treden?

Ten tweede, de uitzendkantoren opereren binnen een zeer concurrentiële sector. Indien ze niet kunnen leveren wat een klant wenst, kan die met zijn vragen onmiddellijk bij een van de talrijke andere spelers op dezelfde markt terecht. De uitzendkantoren zetten hun personeel onder druk om hun rol in dit spelletje te spelen. Ze zijn bereid mensen te ontslaan enkel omdat ze zich hier vragen bij stellen.

Ik wil er trouwens op wijzen dat de uitzendsector in principe een delegatie van verantwoordelijkheid inhoudt. De bedrijven wijzen niet enkel de verantwoordelijkheid voor de invulling van kortdurende van de hand. Ze gebruiken de uitzendkantoren zelfs als recruteringsbureaus voor hun eigen toekomstig personeel. Interimarbeid is al lang geen oplossing meer om mensen die onverwacht veertien dagen ziek vallen goedkoop en vlot te vervangen. Het is een mogelijkheid om potentieel personeel voor onbepaalde duur in proeftijd te laten, waarbij hen soms gedurende jaren de wortel van een vast contract wordt voorgehouden.

Misschien gaat de competitie tussen bedrijven wel ten koste van de maatschappelijke wenselijkheid van de resultaten van hun inspanningen?

Ten derde, de ondernemers zijn nog steeds van mening dat hun eigen zakelijke belangen harder doorwegen dan de belangen van de hele samenleving. Wij hebben er allemaal belang bij dat al die kansengroepen, niet in het minst de allochtonen, een betere toegang tot de arbeidsmarkt krijgen. De ondernemer is echter niet zinnens hier zijn rol in te spelen. Hij doet liever zijn eigen zin, zelfs als dit ten koste van anderen gaat. Een uitzendkantoor vragen op een discrimenerende wijze mensen te selecteren, is nog niet eens het ergste dat hij op zijn geweten heeft. Als de overheid hen in het algemeen belang regels wil opleggen, is hij in staat iemand te betalen om een veterinaire keurder neer te kogelen.

Misschien moet de bestraffing van betrapte overtreders eens anders worden geconcipieerd? Ondernemers die op overtredingen van de antidiscriminatiewetgeving worden betrapt, krijgen nu een geldboete. Misschien moeten ze gewoon het verbod krijgen nog een leidinggevende functie uit te oefenen? Die beperking van hun grenzeloze eerzucht zal hen allicht meer afschrikken dan eender welk financieel gericht vonnis.

Ten vierde, de ondernemers verschuilen zich vaak achter het argument dat hun klanten liever niet door allochtone personeelsleden worden bediend[2]. Als zij die klanten niet willen verliezen of voor het hoofd stoten, zijn ze wel verplicht enkel betrouwbare en vooral er vertrouwd uitziende autochtonen aan te werven. Enig cijfermatig bewijs voor deze stelling kunnen ze echter nooit voorleggen. Ze kunnen zelfs niet zeggen welke klanten ze zouden verliezen. Wie eens stevig doorvraagt, merkt dat ze het eigenlijk niet weten. Ze vrezen gewoon dat dit tot klantenverlies zou kunnen leiden.

Misschien moeten al die klanten zelf hun mening eens laten horen? Indien de werknemers te horen krijgen dat heel wat mensen geen klant willen worden of blijven van een bedrijf dat de antidiscriminatieregels schendt, komen ze tenminste eindelijk eens tussen twee vuren te staan. Op dat ogenblik zullen ze kleur moeten bekennen. Zullen ze rekening houden met de eerste groep, die geen klant van een discriminerend bedrijf wil zijn, of met de tweede groep, de racisten waarvan het bestaan enkel wordt verondersteld en niet door harde feiten kan worden bewezen?

----------
[1] Het Charter van Federgon. De volledige tekst vindt men hier: http://www.federgon.be/fileadmin/MEDIA/Publicaties/C2010_140_bijlage_kwa...
[2] Dit was in elk geval het voornaamste argument van de firma Feryn, dat Noord-Afrikanen naar eigen zeggen absoluut niet om racistische redenen de toegang ontzegde.