Malcolm analyseert: het Vlaams regeerakkoord: hoofdstukken 15-18

Hoofdstuk XV: Welzijn, volksgezondheid en gezin

Een mogelijk nog groter strijdperk dan het onderwijslandschap wordt waarschijnlijk de financiering van de welzijnsvoorzieningen in de brede zin van het woord. De betrokken organisaties hebben zich in elk geval al geroerd en dat zal de komende jaren niet verminderen. Het hoofdstuk zelf wordt gekenmerkt door het wollig taalgebruik van mensen die al jaren in de sector werken, maar dit vertaalt zich niet noodzakelijk in inhoudelijk positieve maatregelen. Volgens de meerderheidspartijen is het welzijnsbeleid een budgettaire prioriteit en wordt hiervoor zeer veel geld uitgetrokken. Heel de sector heeft echter al laten weten dat het voorziene bedrag zeker niet zal volstaan en dat een echte prioriteit beter zou worden aangepakt.

De N-VA heeft in elk geval de kans niet laten liggen een term te lanceren die vanaf de eerste dag al verouderd klinkt: “De Vlaamse sociale bescherming is een volksverzekering”. Dat klinkt als een begrip waarover in de jaren 30 nog is vergaderd. In elk geval zullen we allemaal een premie moeten betalen, maar de hoogte is nog niet gekend.

Iets verder staat een veelbelovend zinnetje: “Een goede doorstroming van de wetenschappelijke evidentie die beschikbaar is met betrekking tot de (bio)medische aspecten van de gezondheidsklachten wordt verzekerd.” Er lopen in België duizenden mensen rond met tot nu toe onverklaarde klachten en aandoeningen die door het RIZIV stelselmatig de psychiatrie in worden geduwd omdat dit nu eenmaal goedkoper is dan dure medicinale behandelingen of even duur onderzoek naar mogelijke onderzoeken. Myalgische encefalomyelitis en de chronische versie van de ziekte van Lyme zijn twee goede voorbeelden. Hopelijk kan deze zin voor deze patiënten het begin van een mentaliteitswijziging in onze medische sector inluiden.

De Vlaamse Regering is niet tegen privéklinieken. Het zijn tenslotte ondernemingen, niet waar? Privéklinieken moeten natuurlijk wel aan bepaalde kwaliteits- en veiligheidseisen voldoen, maar daar blijft het bij. Dit is nochtans een groot probleem. Ten eerste moet iemand die naar een ziekenhuis belt om een afspraak met een specialist te maken al opletten dat hij geen afspraak voor een privéraadpleging maakt, want dan zal hij meer dan het dubbel moeten betalen. Ten tweede vertrekken steeds meer dokters uit ziekenhuizen om in privéklinieken meer te verdienen, waardoor ziekenhuizen het steeds moeilijker krijgen om de beste specialisten in huis te krijgen of te houden. In het Antwerpse staat een ziekenhuis zonder oogartsen. Naast dat ziekenhuis staat een privékliniek waar de vroegere oogartsen van dat ziekenhuis het driedubbele van het ziekenhuistarief aanrekenen. Dergelijke wantoestanden zouden beter eens worden aangepakt.

Er wordt ook wat aandacht besteed aan de bestrijding van de kinderarmoede. Alleen staat er nergens vanaf welk punt iemand als arm kan of moet worden beschouwd. Als het de Vlaamse Regering er enkel om te doen is zeker te zijn dat niemand verhongert of doodvriest, lijkt me dat een nogal mager streefdoel voor een van de rijkste regio's ter wereld, maar het is blijkbaar wachten op de beleidsnota's om te weten hoe ernstig men die strijd wil nemen.

Jongeren met problemen zullen binnen vijf jaar allicht niet met vreugde en weemoed op deze legislatuur terugkijken. De nadruk ligt meer dan vroeger op repressie en opsluiting, maar dat wordt soms wel heel eufemistisch geformuleerd. Zo is er zelfs sprake van jongeren die “nood hebben aan gesloten opvang”. Zo denken ze er zelf waarschijnlijk niet over, maar hun mening is natuurlijk niet gevraagd. Daarnaast wordt ook verder geïnvesteerd “in de samenwerking tussen de gemeenschapsinstellingen en de kinder- en jeugdpsychiatrie”. Mij valt het daarbij steeds op dat psychiaters de voorkeur boven psychologen krijgen. Blijkbaar vindt onze overheid [9] het handiger problemen te diagnosticeren en met pillen te behandelen dan mensen de steun te bieden die ze echt nodig hebben.

Het hele hoofdstuk wordt gekenmerkt door een duidelijk opzettelijk bedoelde vaagheid, maar het  korte stukje over diversiteit in de hulpverlening breekt echt alle records. Ik dacht dat de oude CVP destijds erg was met haar wollig en omfloerst taalgebruik, maar de nieuwe coalitie is zelfs nog erger: “We streven naar een volwaardige participatie van alle groepen in de samenleving aan het zorg- en welzijnsaanbod. We hebben aandacht voor de mensen van allochtone afkomst en holebi's. We bestrijden genderstereotypen in de zorg- en welzijnssector. We werken met alle betrokken beleidsdomeinen en bevoegde overheden aan een integraal beleid.” Zou het nu enig verschil maken indien ze dit stuk integraal zouden weglaten? Zou iemand dat zelfs maar merken?

Hoofdstuk XVI: Armoedebeleid

Ik vind de titel van dit overigens bijzonder korte hoofdstuk eigenlijk nogal verwarrend. Gaat het nu om een beleid om armoede te bestrijden of om een beleid om armoede te creëren? Uit de titel valt dit in elk geval niet af te leiden. Ik weet enkel dat de minister bevoegd voor het landbouwbeleid als taak heeft de landbouw kansen op uitbreiding te geven.

Verder is het maar triestig dat slechts anderhalve pagina wordt besteed aan een beleid dat steeds meer mensen treft. Nu gaat het om ongeveer 15 percent, maar er is geen enkele aanwijzing dat dit percentage snel zal dalen.

De Vlaamse Regering wil de rol erkennen van “verenigingen waar armen het woord nemen en opgeleide ervaringsdeskundigen”. Nochtans hebben die onmiddellijk na de bekendmaking van het regeerakkoord hun ongenoegen met de inhoud al laten blijken. Veel erkenning hebben ze tijdens de onderhandelingen of de verkiezingscampagnes blijkbaar niet gekregen.

Wie natuurlijk veel belangrijker dan al die arme mensen zijn, zijn onze lokale bestuurders. De Vlaamse Regering erkent dan ook “de lokale overheden in hun rol van regisseur van het lokale armoedebeleid”. In mijn stad zijn de N-VA en Open Vld niet aan de macht, maar toch zie ik hier al jaren geen doeltreffende maatregelen om het leven van arme mensen wat aangenamer te maken of om hen uit de armoede te tillen. Ik vraag me af of de lokale overheden op dit vlak wel zo'n schitterend palmares kunnen voorleggen dat ze deze erkenning verdienen.

Hoofdstuk XVII: Gelijke kansen

Weer een kort hoofdstukje, dat overigens grotendeels wordt gebruikt om het gelijkekansenbeleid in te perken. Er worden allerlei klemtonen gelegd, onder meer op een evenwichtige participatie van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt, op de preventie van homofoob geweld en op de ondersteuning van kwetsbare groepen als alleenstaande ouders en zelfs vrouwen met een migratieachtergrond. Mannen met een migratieachtergrond worden in heel het hoofdstuk nergens vermeld. Misschien betekent dit dat zij al allemaal over volwaardige gelijke kansen beschikken.

Voor de rest lijken alle goede voornemens zeer ongeloofwaardig als men ziet wat de plannen met de klachtenbehandeling zijn: “Aan de beslissing over het al dan niet verlengen van het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 met betrekking tot het interfederaal centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme gaat een evaluatie vooraf waarover het Vlaams Parlement zich uitspreekt.” Dit is een diplomatische formulering van het plan het samenwerkingsakkoord op te zeggen en een eigen Vlaams centrum op te richten, waarschijnlijk onder de naam Vlaams Centrum voor gelijke kansen en de bestrijding van discriminatie- en racismebestrijding. Als ze een ervaringsdeskundige zoeken om dit centrum te leiden, kunnen ze ongetwijfeld terecht op deze website.

Hoofdstuk XVIII: Inburgering en integratie

Het is allicht geen toeval dat dit hoofdstuk even lang is als de twee voorgaande samen. Het beleid zelf wordt dan weer gekenmerkt door veel verplichtingen die van bovenaf worden opgelegd en door dat steeds weerkerende wishful thinking van een coalitie die denkt dat ze een natie bouwt in plaats van een regio bestuurt.

Een eerste goed voorbeeld van dergelijke beslissingen van bovenaf is de overheveling, uiteraard zonder enig noemenswaardig voorafgaand overleg, van de bevoegdheid voor NT2 naar de minister van Inburgering. Er is ook een oplossing voorzien indien ze de vraag niet zouden aankunnen: “Een aanbod met private aanbodverstrekkers vult de hiaten op.” Een van de talrijke vragen is natuurlijk wie dat zal betalen, want de privésector doet niets zonder het vooruitzicht op enige winst en dat zou wel eens duurder kunnen uitvallen.

Een tweede voorbeeld vinden we iets verder: “De Huizen van het Nederlands krijgen de bevoegdheid om het taalniveau Nederlands van anderstaligen te attesteren en worden ondergebracht in het Agentschap Integratie & Inburgering.” Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ook hier amper tot geen overleg aan is voorafgegaan. Sterker nog, ik ben er vrij zeker van de verantwoordelijken van die huizen hier niet gelukkig mee zijn. Maar ja, aan het hoofd zal weer een rooie gestaan hebben die moest worden geëlimineerd, zeker? Een hele reeks van onze topambtenaren mag alvast de jobadvertenties beginnen lezen of zich tevreden stellen met de rancuneuze spot van liberalen en nationalisten die eindelijk wraak zullen nemen voor al die decennia dat de elite rekening met de kleine man moest houden.

Weer iets verder staat nog een derde voorbeeld: “Het pact vraagt ook engagementen van onderwijsinstellingen, sociale organisaties, media, lokale besturen en werkgevers om te voorzien in stage- en (vrijwilligers)werkplaatsen voor inburgeraars.” Toch opvallend dat enkel een bepaalde groep iets wordt opgelegd. De rest wordt enkel iets gevraagd. Kan iemand de nieuwe meerderheid eens uitleggen dat de eerste stap naar inburgering de gastvrijheid is? Als de gastvrijheid niet spontaan is en ook niet wordt opgelegd, zal er van enige integratie nooit sprake zijn.

Aan het einde van het hoofdstuk vinden we dan weer drie geweldige voorbeelden van wishful thinking terug die zo hilarisch zijn dat ik ze niemand wil onthouden. Wie overigens denkt dat we hiermee het ergste wel hebben gehad, kan zich beter ophangen. We zijn nog niet aan het laatste hoofdstuk toe en er zijn nog enkele serieuze kleppers op komst.

“De Vlaamse Regering spant zich in EU-verband in voor de invoering van een verplicht integratietraject voor EU-onderdanen die zich in Vlaanderen willen vestigen.” Yeah, right, als ik het ook eens in het Engels mag zeggen. Ik wens ze veel geluk. Het komt erop neer dat ze eurocraten willen vragen zichzelf te verplichten een inburgeringstraject te volgen in een regio die voor hen niet eens relevant is, want de EU erkent enkel lidstaten, zoals het tweetalige België.

“We willen een samenwerkingsakkoord sluiten dat verplichte inburgering ook in het Brussels hoofdstedelijk gewest [10] van toepassing maakt. Zodra dit het geval is zullen we als Vlaamse Gemeenschap ook extra investeren in inburgering in Brussel.” Wel, dat zie ik al evenmin snel gebeuren. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, waar nota bene het FDF deel van uitmaakt, zit daar niet op te wachten en is zeker niet bereid een gedeelte van de kosten te dragen. Ik vraag me af hoe lang het zal duren voor de N-VA dit zelf inziet en vervolgens begint te klagen dat België als land niet meer functioneert.

“In afwachting van de invoering van verplichte inburgering in de Franse Gemeenschap, breiden we de inburgeringsverplichting uit naar nieuwkomers die zich Brussel of Wallonië gevestigd hebben en binnen vijf jaar verhuizen naar Vlaanderen.” Wel, dat wordt weer een reeks klachten bij de Raad van Europa, denk ik zo. We mogen ons in elk geval weer verwachten aan een hoop negatieve aandacht in de internationale media. Het is overigens maar de vraag of het Grondwettelijk Hof hier iets heel van zal laten.
-----------------
[9] Ik heb het hier opzettelijk over onze overheid en niet over de nieuwe Vlaamse Regering, want dit fenomeen is verre van nieuw. In feite zet de nieuwe Vlaamse Regering gewoon het beleid voort dat al jaren van kracht is. Mentale problemen kunnen blijkbaar het best worden opgelost door de mensen vol dubieuze medicijnen te pompen.
[10] Het misprijzen voor onze federale staatsstructuur neemt echt wel bizarre vormen aan. Volgens de Grondwet is het “Brusselse Hoofdstedelijke Gewest”. Een regeerakkoord wordt grotendeels door juristen geschreven, maar blijkbaar kennen ze zelfs de belangrijkste van onze wetten niet meer. Zeer vertrouwenwekkend, moet ik zeggen.

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.