Literatuur
De meest gelauwerde auteur die dit jaar overleed, was zonder meer de Peruaanse Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa. Zoals veel van zijn generatiegenoten, steunde hij aanvankelijk de Cubaanse revolutie. Na enkele jaren nam hij hier echter afstand van, met als argument dat Fidel Castro een autoritair beleid voerde dat de individuele vrijheden onderdrukte. Het is inderdaad moeilijk het socialisme te combineren met de individuele vrijheid om schimmige bedrijven op te richten om belastingen te ontduiken, wat Vargas Llosa volgens de Panama-papers intensief heeft gedaan.
Het wordt echter nog erger, want in 1990 stelde hij zich namens een rechtse coalitie kandidaat in de presidentsverkiezingen. Hij werd verslagen door Alberto Fujimoro, die actief werd gesteund door de CIA en dus uiteindelijk is veroordeeld voor schendingen van de mensenrechten, maar ondertussen hadden de standpunten van Vargas Llosa wel het Peruaans leger geïnspireerd om het zogenaamde 'Plan Verde' op te stellen.
Dit plan was een zeer uitgebreid document ter voorbereiding van een militaire junta, die uiteindelijk vanaf 1992 de macht met Fujimoro deelde. Naast de gebruikelijke misdaden van dergelijke regimes, zoals corruptie, censuur en de onderdrukking van dissidenten, had de junta ook verregaande plannen met de armste bevolkingsgroepen, terug te vinden in citaten als "the general use of sterilization processes for culturally backward and economically impoverished groups is convenient". De economische adviseurs van de junta vonden gedwongen sterilisatie "an economic interest, it is an essential constant in the strategy of power and development of the state" en zo gaat het nog wel even door. Uiteindelijk werden meer dan 300.000 vrouwen in arme gebieden gewapenderhand gedwongen een sterilisatie te ondergaan en dit overigens met de impliciete steun van USAID, een agentschap waarvan de ontbinding door president Trump ironisch genoeg overal als een humanitaire ramp werd omschreven.
Dat is hoe we ons Mario Vargas Llosa in de eerste plaats moeten herinneren.
De naam Frederick Forsyth lijkt op het eerste gezicht iets minder bekend, maar zijn naam is wel gezien door miljoenen, meer bepaald in de generieken van alle verfilmingen van zijn thrillers, zoals 'The Odessa file', 'The dogs of war' of 'The fourth protocol' of het reeds eerder vermelde 'The day of the jackal'. Forsyth omschreef zichzelf als conservatief, geloofde niet in de klimaatopwarming en voerde actie voor de Brexit, maar als jonge journalist was hij wel de enige Brit die diepgravend verslag uitbracht over de oorlogsmisdaden door het Brits leger in Biafra, een conflict dat de BBC om politieke redenen wilde doodzwijgen.
In Nederland was Jan Terlouw dan weer beroemder dan eender welke Zuid-Amerikaanse schrijver ooit kan worden. Terlouw was gedurende lange tijd voorzitter van en volksvertegenwoordiger en minister namens Democraten66, in essentie een progressief-liberale partij die probeerde op een pragmatische wijze naar basisdemocratie te streven. Natuurlijk is dat allemaal niet zo gemakkelijk, maar na veel ups & downs speelt de partij na de verkiezingsoverwinning van dit jaar weer een zeer belangrijke rol in het Nederlandse politieke landschap.
Ondertussen vond Terlouw, in de pers vaak omschreven als de ideale schoonzoon, tussen soep, patatten en karnemelk nog de tijd om enkele zeer succesvolle boeken te schrijven. 'Koning van Katoren' stond gedurende jaren op de lectuurlijsten van zowat alle middelbare scholen in het Nederlands taalgebied, hoewel het door zijn eerste uitgeverij werd geweigerd omdat het te politiek werd bevonden. De jonge lezer kreeg dan ook een verhaal over de strijd tegen onder meer milieuvervuiling, machtsmisbruik, de nucleaire wapenwedloop en religieus sectarisme. In 1971 moesten influencers tenminste nog grammaticaal correcte zinnen kunnen produceren.
De dood van de eveneens Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls, vooral bekend om sociaal-realistische romans over drugsverslaving, problemen in de jeugdzorg en andere trieste levensverhalen, is een mooie aanleiding om ook eens terug te blikken op het institutioneel en wettelijk verankerd seksisme van de jaren vijftig van de vorige eeuw.
In 1952 werd de jonge Yvonne, toen nog Bamberg, onderwijzer in een lagere school. In 1954 huwde ze met een zekere Rob Keuls, wat betekende dat ze diens achternaam moest overnemen. Een belangrijker gevolg was evenwel dat ze meteen werd ontslagen, want getrouwde vrouwen mochten niet werken. Zo hielden de mannelijke kostwinners hen afhankelijk en hopelijk ook onderdanig, zodat zij zich niets van het huishoudelijk werk hoefden aan te trekken. Dat zijn dus diezelfde jaren vijftig waar al die populisten zo nostalgisch naar kijken als ze hun land 'great again' willen maken.
De meeste auteurs die menen een geweldige misdaadthriller te kunnen fabriceren, hebben eigenlijk weinig ervaring met hoe het gerecht eigenlijk werkt. Dat gold niet voor de Australische Kerry Greenwood, de scheppende kracht achter de nieuwsgierige flapper Phryne Fisher, want zij heeft het grootste deel van haar leven doorgebracht als advocate voor verdachten die zich geen dure bijstand konden veroorloven.
In eigen land hebben de poëzieliefhebbers op de valreep van het jaar dan weer afscheid moeten nemen van Leonard Nolens, ooit zelfs in de geruchtenmolen geopperd als kandidatuur voor de Nobelprijs voor Literatuur. Volgens Wikipedia zijn vaak terugkomende thema's in zijn werk vrouwen, eenzaamheid en alcohol. Dat klinkt inderdaad wel als het brein van een dichter.
Sport
Iris Cummings, overleden op de gezegende leeftijd van 104 jaar, was de laatste nog levende deelneemster aan de beruchte Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Een moreel dilemma is haar wel bespaard gebleven, want aangezien ze helemaal niets heeft gewonnen, moest ze ook de hand van de Führer niet schudden.
In eigen land nam men afscheid van Glenn De Boeck en van Gille Van Binst, ooit beroemde voetballers. Van Binst stond bekend als een agressieve verdediger en werd uit de nationale ploeg verwijderd toen hij liet verstaan dat hij zijn vaak scorende ploegmaat bij RSC Anderlecht, de Nederlandse sterspeler Robbie Rensenbrink die hij zelfs als zijn 'portefeuille' omschreef, in een komende match tegen het Nederlands elftal zeker niet hard zou aanpakken. Voetbal is geen oorlog, het is een verdienmodel.
Een verder bewijs van deze laatste uitspraak is het lot van de Engelse ploeg Chester City. De ploeg werd in 2010 opgedoekt na een reeks financiële malversaties door de voorzitter, de sinds kort wijlen Stephen Vaughan Sr., die alle door hem gekochte clubs voor btw-fraude gebruikte en die zich aan alle mogelijke vormen van belangenvermenging schuldig maakte. Tijdens zijn rechtszaak slaagde hij er niet in een goede indruk op de magistraten te maken nadat hij Chester City vlak voor een wedstrijd een minuut stilte in acht had laten nemen ter nagedachtenis van een zekere Colin Smith, een iets voordien vermoorde gangster en zakenpartner. Het spreekt voor zich hoe dit verhaal is afgelopen. Vaughan heeft gewoon een nieuwe club gekocht, ditmaal in Malta, waar hem geen duimbreed in de weg werd gelegd.
Voetballiefhebbers zouden overigens ook wel de naam van de Belg Luc Misson mogen kennen, de advocaat in de zaak die heeft geleid tot het beruchte arrest-Bosman. Hierdoor kunnen Europese voetbalclubs spelers aan het einde van hun contract niet langer pesten door alsnog een hoge transfersom te eisen, wat hen voordien eigenlijk belette om elders een contract te krijgen.
In die andere populaire sport, het wielrennen, heeft Ludo Dierckxsens dan weer bewezen dat sport eigenlijk niet zo gezond is, want zijn deelname aan een wedstrijd ten voordele van 'Kom op tegen kanker' is hem ironisch genoeg fataal geworden. Dierckxsens heeft in 1999 een rit in de Ronde van Frankrijk gewonnen, waarna hij haast onmiddellijk wegens het gebruik van verboden middelen is geschorst.
Een andere overleden Belg is Walter Godefroot, na zijn profcarrière vooral actief als teamleider en begeleider van jongere wielertalenten. Het spreekt voor zich dat hij die functie heeft moeten neerleggen ten gevolge van een dopingschandaal.
